U bent hier: Home / Organiek reglement KU Leuven

Organiek reglement KU Leuven

Doelgroep: studenten, externen, personeelsleden KU Leuven
Contact: Jos Vaesen

Goedgekeurd door de Inrichtende Overheid op 10 juli 2012 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 24 juli 2012.
Gewijzigd door de Inrichtende Overheid op 20 december 2012 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 25 januari 2013.

Preambule

A. Opdracht en statuut

De Katholieke Universiteit te Leuven, voortzetting van het "studium generale" dat op 9 december 1425 door Paus Martinus V werd opgericht, erkend als rechtspersoon bij wet van 12 augustus 1911  en bevestigd bij wet van 28 mei 1970, hierna volgend KU Leuven te noemen, vervult als zelfstandige instelling haar zending van academisch onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en maatschappelijke en wetenschappelijke dienstverlening aan de gemeenschap zoals omschreven in haar verklaring over haar opdracht en identiteit.

B. Onderdelen van de KU Leuven

De KU Leuven bestaat uit drie onderdelen: de Universiteit voor de academische opdrachten, de Universitaire Ziekenhuizen KU Leuven (hierna UZ Leuven genoemd) voor de klinische opdrachten en de KU Leuven Research and Development (hierna LRD genoemd) voor de valorisatieopdrachten die verband houden met haar maatschappelijke doel.

De Universiteit bestaat uit diverse geledingen, m.n. groepen, faculteiten, departementen en andere onderdelen ten behoeve van het academisch onderwijs, het wetenschappelijk onderzoek en de wetenschappelijke en maatschappelijke dienstverlening die zij op haar campussen en de campussen van de partnerhogescholen organiseert.

UZ Leuven bestaat uit de medische en ondersteunende diensten, de verpleegafdelingen en de competentie- en activiteitencentra, ten behoeve van de patiëntenzorg.

LRD bestaat uit een centraal beheer, divisies en projectgroepen.

C. De gemeenschap van de KU Leuven

De gemeenschap van de KU Leuven omvat de ingeschreven studenten, de personeelsleden van het academisch, administratief en technisch personeel van de Universiteit en de personeelsleden van UZ Leuven en LRD.

Onverminderd de toepasselijke geldende wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen stelt de Raad van Bestuur het statuut van de leden van de gemeenschap van de KU Leuven vast.

D. De Inrichtende Overheid en de bestuursorganen van de KU Leuven

De Inrichtende Overheid is de constituerende autoriteit van de KU Leuven.

De bestuursorganen van de Universiteit zijn:

  • de Raad van Bestuur; de Academische Raad; de Bijzondere Academische Raad; het Gemeenschappelijk Bureau; de rector; de algemeen beheerder; het Groepsbestuur en het Bijzonder Groepsbestuur;
  • de bestuursorganen van de faculteiten en de departementen;
  • de bestuursorganen van Kulak en de bestuursorganen en -functies die verantwoordelijk zijn voor de KU Leuven opleidingen op de campussen van de partnerhogescholen.

De bestuursorganen van de UZ Leuven zijn:

  • de Raad van Bestuur, het Bestuurscomité UZ Leuven, de gedelegeerd bestuurder UZ Leuven en het Directiecomité UZ Leuven.

De bestuursorganen van LRD zijn:

  • de Raad van Bestuur, het Bestuurscomité LRD, de gedelegeerd bestuurder LRD en het Directiecomité LRD.
E. Bestuurlijke zetel

De KU Leuven heeft haar bestuurlijke zetel te 3000 Leuven, Oude Markt 13.

F. Relaties met andere instellingen

De relaties tussen de KU Leuven en de “Katholieke Universiteit te Leuven - Université catholique de Louvain” worden geregeld door de statuten van de laatstgenoemde instelling en door de met haar afgesloten overeenkomsten.

Op grond van de overeenkomst tot oprichting van een associatie met instellingen voor hoger onderwijs rond de KU Leuven, ondertekend op 10 juli 2002, is de KU Leuven lid van de Associatie KU Leuven vzw.

KU Leuven is tevens lid van de Algemene Vergadering van de instellingen van hoger onderwijs vertegenwoordigd in de Inrichtende Overheid van de KU Leuven zoals bepaald in artikel 15.2.

Top

Hoofdstuk I. Algemene werkingsprincipes

0. Definities

0.1. ‘Associatie KU Leuven’: de vzw Associatie KU Leuven met ondernemingsnummer 0478.655.012.

0.2. ‘partnerhogescholen’: de instellingen van hoger onderwijs vertegenwoordigd in de Inrichtende Overheid van de KU Leuven zoals bepaald in artikel 15.2.

0.3. ‘Partnerhogeschool’: een van de partnerhogescholen.

Artikel 1 Representatiebevoegdheid en vertegenwoordigingsmacht

1.1. Representatiebevoegdheid

De rector representeert de KU Leuven en haar gemeenschap zowel intern als extern.

1.2. Delegatie organieke vertegenwoordigingsmacht in en buiten rechte aan individuele leden van de Raad van Bestuur

De KU Leuven wordt in en buiten rechte organiek vertegenwoordigd door de rector en/of de algemeen beheerder, krachtens delegatie van de organieke vertegenwoordigingsmacht van de Raad van Bestuur waarvan zij qualitate qua deel uitmaken, orgaan dat krachtens artikel 3 van de Wet van 12 augustus 1911 de KU Leuven tegenover derden vertegenwoordigt. De vervanging van de rector voor zijn optreden in rechte in geval van overlijden, ziekte, afwezigheid of elk geval van onvermogen tot optreden is bepaald in de authentieke volmachtenregeling.

Voor de aangelegenheden die de UZ Leuven aangaan, wordt de KU Leuven in en buiten rechte organiek vertegenwoordigd door de voorzitter van het Bestuurscomité UZ Leuven en/of de gedelegeerd bestuurder UZ Leuven, krachtens delegatie van de organieke vertegenwoordigingsmacht van de Raad van Bestuur waarvan zij qualitate qua deel uitmaken, orgaan dat krachtens artikel 3 van de Wet van 12 augustus 1911 de KU Leuven tegenover derden vertegenwoordigt.

Voor de aangelegenheden die LRD aangaan, wordt de KU Leuven in en buiten rechte organiek vertegenwoordigd door de voorzitter van het Bestuurscomité LRD en/of de gedelegeerd bestuurder LRD, krachtens delegatie van de organieke vertegenwoordigingsmacht van de Raad van Bestuur waarvan zij  qualitate qua deel uitmaken, orgaan dat krachtens artikel 3 van de Wet van 12 augustus 1911 de KU Leuven naar derden toe vertegenwoordigt.

1.3. Volmachten aan andere leden van de gemeenschap KU Leuven

De Raad van Bestuur kan aan leden van de gemeenschap van de KU Leuven een volmacht verlenen, met uitzondering van de bevoegdheden vermeld in artikels 21, 22, 23, 24, 26, 27, 30, 31, 32 en 34. De Raad van Bestuur maakt daartoe een limitatieve lijst op van gevolmachtigden, met precisering van de omvang en geldingsduur van hun volmacht. Die lijst wordt publiek kenbaar gemaakt.

Artikel 2 Procedure van adviesverlening

2.1. Termijn voor advies

Wanneer in overeenstemming met dit organiek reglement de Inrichtende Overheid of een bestuursorgaan, alvorens een beslissing te nemen, advies inwint, wordt in de adviesvraag de redelijke termijn bepaald binnen dewelke dat advies moet worden verleend. Wanneer het advies niet binnen de bepaalde termijn is verleend, beslist de Inrichtende Overheid of het bestuursorgaan zonder het gevraagde advies.

2.2. Toelichting advies door voorzitters adviesverlenend orgaan

De voorzitter van een adviesverlenend bestuursorgaan licht dit advies toe in de vergadering die hieromtrent een beslissing neemt.

2.3. Verval adviesverplichting bij voorstel door adviesverlenend orgaan op eigen initiatief

Wanneer een bestuursorgaan dat advies mag verlenen, zelf het initiatief neemt om voorstellen van beslissingen te maken, vervalt de verplichting om advies te vragen en worden de voorstellen behandeld als een gevraagd advies, zoals bedoeld in artikel 2.2.

Artikel 3 Regels over besluitvorming bij vergaderingen van Inrichtende Overheid en bestuursorganen

3.1. Bepalen van de agenda en samenroepen van de vergadering

De voorzitter van de Inrichtende Overheid of van een bestuursorgaan legt de agenda van de vergadering vast en roept de vergadering samen. Onverminderd de bevoegdheden van andere personen die daartoe in dit organiek reglement gemachtigd worden, kunnen drie samen optredende leden van de Inrichtende Overheid of van een bestuursorgaan (al dan niet met raadgevende stem) punten aan de agenda van een volgende vergadering van de Inrichtende Overheid of van het bestuursorgaan laten toevoegen of een buitengewone vergadering laten samenroepen.

3.2. Beschikbaarheid agenda

Behoudens bij hoogdringendheid worden de uitnodigingen van vergaderingen van de Inrichtende Overheid en alle bestuursorganen schriftelijk opgesteld met vermelding van de agenda. Ze worden ten minste vijf dagen voor de vergadering aan de leden bezorgd samen met de documenten voor de vergadering.
Behoudens andere bepalingen in dit organiek reglement kunnen de Inrichtende Overheid en de genoemde bestuursorganen slechts geldig beslissen over een punt dat niet op de agenda staat, indien twee derde van de aanwezige stemgerechtigde leden ermee instemt om het punt te behandelen.

3.3. Belangenconflict

Een lid van de Inrichtende Overheid of van een bestuurorgaan kan niet deelnemen aan beslissingen, adviezen verlenen, voorstellen indienen of tegenwoordig zijn bij een beraadslaging of een besluit over aangelegenheden waarbij het lid zelf of bloed- of aanverwanten tot de derde graad of echtgenoten van die verwanten rechtstreeks en persoonlijk belang hebben. Voor de toepassing van deze bepaling wordt een samenwonende partner gelijkgesteld met een verwante van de eerste graad of een echtgenoot.

3.4. Volmachten

Een lid van een bestuursorgaan kan drager zijn van ten hoogste één volmacht, tenzij anders vermeld.

3.5. Aanwezigheidsquorum

Behoudens andersluidende strengere bepalingen in dit organiek reglement kunnen de Inrichtende Overheid en elk bestuursorgaan slechts rechtsgeldig beslissen, wanneer de meerderheid van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is. Indien dit quorum niet is bereikt, roept de voorzitter de vergadering opnieuw samen ten minste één week en uiterlijk drie weken na de eerste vergadering. Op deze tweede vergadering wordt geldig beslist, ongeacht het aantal aanwezigen.

3.6. Vergadering op afstand via elektronisch communicatiemiddel

In de gevallen waarin de oproeping dit uitdrukkelijk bepaalt, hebben de vergaderingsgerechtigden van een bestuursorgaan het recht om op afstand deel te nemen aan de vergadering door middel van een elektronisch communicatiemiddel. Dit elektronisch communicatiemiddel moet de vergaderingsgerechtigde in staat stellen om rechtstreeks, gelijktijdig en ononderbroken kennis te nemen van de besprekingen tijdens de vergadering en om het stemrecht uit te oefenen met betrekking tot alle punten waarover de vergadering zich dient uit te spreken, alsook om deel te nemen aan de beraadslagingen en om zijn vraagrecht uit te oefenen. Wanneer de vergaderingsgerechtigde op afstand deelneemt aan de vergadering, wordt hij geacht gelijkgesteld te zijn met een lid dat  aanwezig is op de plaats waar de vergadering van het bestuursorgaan wordt gehouden.

3.7. Meerderheidsquorum

Behoudens andersluidende strengere bepalingen in dit organiek reglement wordt een besluit genomen bij gewone meerderheid van de aanwezige of vertegenwoordigde leden. Bij staking van stemmen is het besluit verworpen.

3.8. Geheime stemming

Elk stemgerechtigd lid kan steeds een geheime stemming vragen. Verkiezingen en stemmingen over personen zijn steeds geheim. Van de geheime stemming wordt melding gemaakt in de beslissing.

3.9. Toegang tot agenda en notulen

Elk bestuursorgaan keurt een regeling goed die bepaalt welke vergaderdocumenten ingezien mogen worden door personen die geen lid zijn van de bestuursorganen waarop de vergaderdocumenten betrekking hebben. Het delegerend orgaan kan steeds documenten opvragen.

De leden van de Inrichtende Overheid die erom verzoeken, hebben toegang tot de documenten van de Raad van Bestuur.

3.10. Overheidsvertegenwoordiging

De commissaris van de Vlaamse regering en de afgevaardigde van de minister van begroting hebben krachtens hun decretale bevoegdheid het recht alle vergaderingen van de in dit reglement vermelde bestuursorganen met raadgevende stem bij te wonen en er alle documenten van op te vragen die zij niet van rechtswege ontvangen.

3.11. Schriftelijke procedure

In uitzonderlijke omstandigheden  kan de voorzitter van een bestuursorgaan beslissen een schriftelijke goedkeuringsprocedure voor een welbepaald agendapunt te organiseren. Deze procedure kan niet worden toegepast in de gevallen waar een geheime stemming dient te gebeuren of bij adviezen of beslissingen over het organiek reglement en de verklaring over opdracht en identiteit. Indien één of meer leden van het bestuursorgaan aangeven het oneens te zijn met het geformuleerde voorstel van beslissing over een acuut probleem, dan wordt het punt op de agenda van de eerstvolgende vergadering ingeschreven.

Artikel 4 Regels betreffende benoeming, evaluatie en ontslag

4.1. Voordrachten

Iedere stemgerechtigd lid van een bestuursorgaan kan kandidaten voordragen voor een aanstelling of verkiezing binnen dit bestuursorgaan tenzij anders is bepaald in of krachtens dit organiek reglement.

4.2. Verplicht assessment bij eerste benoeming voor een niet-verkozen uitvoerend ambt

Tenzij in het huishoudelijk reglement anders is bepaald, wordt voor niet-verkozen uitvoerende ambten bij het opnemen van de eerste mandaattermijn een extern assessment georganiseerd, onverminderd het recht van de rector om zelf kandidaten voor te dragen overeenkomstig artikel 27. Dit assessment heeft tot doel een optimale invulling van de mandaten te waarborgen. De organisatie van het extern assessment gebeurt door het orgaan dat de kandidaten in overleg met de verkozen rector voor benoeming voordraagt.

Het externe assessment voor de leden van het Gemeenschappelijk Bureau wordt georganiseerd door de Raad van Bestuur.

4.3. Evaluatie

4.3.1. Tenzij anders bepaald in dit organiek reglement, is de Inrichtende Overheid of het bestuursorgaan dat bevoegd is om een persoon te benoemen ook bevoegd om een evaluatie te initiëren, wanneer dit volgens dit reglement vereist is of wanneer dat wenselijk geacht wordt.

4.3.2. De decretaal bepaalde vijfjaarlijkse evaluatie van de leden van het Gemeenschappelijk Bureau als lid van het zelfstandig academisch personeel gebeurt door externe leden van de Raad van Bestuur. Hetzelfde geldt voor de eerstvolgende evaluatie van gewezen leden van het Gemeenschappelijk Bureau. Voor leden van de groepsbesturen of voor personen die in opdracht van het KU Leuven bestuur hoofdzakelijk een managementsfunctie uitoefenen zoals vastgesteld door de Raad van Bestuur gebeurt deze evaluatie door de vicerectoren binnen het Gemeenschappelijk Bureau.

4.4. Orgaan bevoegd tot ontslag uit een functie

Tenzij in dit reglement anders is bepaald, zijn de Inrichtende Overheid of de bestuursorganen die bevoegd zijn om personen voor de in dit reglement opgenomen functies of mandaten te benoemen, eveneens bevoegd om hen uit deze functies te ontslaan, na evaluatie en na hen te hebben gehoord. Daarnaast kan een orgaan een door dit orgaan benoemde mandaat- of functiehouder bij ordemaatregel voor een periode van ten hoogste drie maanden schorsen, in voorkomend geval na evaluatie en na de betrokkene te hebben gehoord.

Voor de in dit artikel vermelde bevoegdheden treedt het eerste hoger bestuursorgaan op als interne beroepsinstantie voor deze personeelsleden.

Voor de rector kunnen deze maatregelen alleen toegepast worden door de Inrichtende Overheid na overleg met de Universiteitsraad.

Artikel 5 Ingang en duur van een mandaat

5.1. Duur van een mandaat

Behoudens andersluidende bepaling wordt elk mandaat voor een eenmaal onmiddellijk hernieuwbare periode van vier jaar vervuld.

De mandaten van vicerector en academisch beheerder zijn twee maal onmiddellijk hernieuwbaar.

De mandaten van algemeen beheerder, gedelegeerd bestuurder UZ Leuven en LRD zijn onbeperkt hernieuwbaar voor opeenvolgende periodes van in principe maximum vier jaar.

Mandaten die vereisen dat men lid is van het zelfstandig academisch personeel, assisterend en bijzonder academisch personeel, administratief en technisch personeel, of dat men student is, kunnen enkel worden opgenomen door personen die op het moment van de infunctietreding het mandaat gedurende de volledige termijn kunnen uitoefenen, of bij vervanging, de nog resterende termijn van het lopende mandaat.

Behoudens andersluidende bepaling in dit reglement gelden mandaten ter vertegenwoordiging van het AAP-BAP voor twee jaar, eenmaal onmiddellijk hernieuwbaar, en ter vertegenwoordiging van de studenten voor één jaar, eenmaal onmiddellijk hernieuwbaar. Voor de permanente onderwijscommissies die groepen of faculteiten oprichten kan de termijn van een student-vertegenwoordiger hernieuwd worden zolang deze is ingeschreven voor de opleiding waarvoor de onderwijscommissie bevoegd is.

Een mandaat dat men in een bepaalde hoedanigheid opneemt, eindigt van rechtswege wanneer men deze hoedanigheid verliest.

Indien bij de aanstelling van een functie- of mandaathouder in opvolging is voorzien, wordt de functie- of mandaathouder bij overlijden of ontslag voor de resterende duur van het mandaat door de hoogst gerangschikte opvolger opgevolgd.

5.2. Datum ingang benoemingen: 1 augustus

De in dit reglement genoemde mandaten, uitgezonderd die van de algemeen beheerder, de gedelegeerd bestuurders van de UZ Leuven en LRD en van de externe leden van de Raad van Bestuur, gaan in op 1 augustus en eindigen op 31 juli. Onverminderd de toepassing van andersluidende bepalingen wordt de duur van een mandaat dat ingaat na het overlijden of ontslag van de voorganger als volgt bepaald: de periode lopende tot de eerstvolgende 31 juli; vanaf 1 augustus erop volgend de normale mandaatduur.

5.3. Verkiezingen voor mandaten: uiterlijk tijdens de derde maand voor het verstrijken van het mandaat

Behoudens voor vervangingen die onmiddellijk moeten gebeuren voor de duur van het lopende mandaat en onverminderd de bepalingen betreffende de rectorverkiezingen, worden verkiezingen die volgens dit reglement moeten plaatsvinden, uiterlijk gehouden tijdens de derde maand vóór het verstrijken van het lopende mandaat.

Artikel 6 Delegatie

Behoudens andersluidende bepaling mag elk bestuursorgaan van de KU Leuven onder zijn verantwoordelijkheid zijn bevoegdheden gedeeltelijk delegeren aan andere bestuursorganen of aan personen die lid zijn van andere bestuursorganen. Een dergelijke delegatie houdt ook een delegatie van vertegenwoordigingsbevoegdheid in, tenzij de delegatiebeslissing die bevoegdheid beperkt of uitsluit.

De vermelding in een bepaling van het organiek reglement dat een orgaan bevoegdheden delegeert, houdt de verplichting in die bevoegdheden te delegeren.

De delegerende bestuursorganen blijven de juridische eindverantwoordelijkheid en eindbevoegdheid dragen en kunnen derhalve toezien op de goede uitoefening van de delegatie.

De delegerende bestuursorganen informeren zich over de beslissingen die de gedelegeerde organen nemen, via de agenda en de toegang tot verslagen van de betrokken bestuursorganen.

Delegerende bestuursorganen kunnen vragen dat beslissingen binnen een redelijke termijn worden herzien op basis van argumenten die zij aanreiken; de door hen bestreden beslissing wordt dan ook opgeschort. Zij kunnen eveneens vragen dat agendapunten die zij aangeven, worden verdaagd of opnieuw worden ingeschreven en behandeld. In uitzonderlijke gevallen kunnen zij evoceren.

Het delegerend bestuursorgaan treedt op als interne beroepsinstantie voor bestreden beslissingen van het onmiddellijk onderliggende bestuursorgaan.

Artikel 7 Huishoudelijk Reglement

De Inrichtende Overheid en ieder bestuursorgaan nemen een huishoudelijk reglement aan.

Top

Hoofdstuk II. De Inrichtende Overheid

De Inrichtende Overheid gaat na of de KU Leuven haar verklaring over opdracht en identiteit uitvoert en de algemene strategische visie respecteert. Zij houdt door tussenkomst van de Raad van Bestuur toezicht op de algemene werking van de KU Leuven. De Inrichtende Overheid heeft een bijzondere verantwoordelijkheid ten overstaan van de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen en de Bijzondere faculteit Kerkelijk Recht. Zij heeft de eindverantwoordelijkheid bij de beslechting van geschillen inzake de uitoefening van  de aan de Bestuurscomités gedelegeerde decretale onderwijsbevoegdheden.

Afdeling 1. Bevoegdheid

Artikel 8 Opdrachtverklaring, algemene strategische visie

De Inrichtende Overheid keurt de verklaring over opdracht en identiteit en de algemene strategische visie van de KU Leuven goed, evenals de voorstellen tot wijziging ervan door de Raad van Bestuur zoals omschreven in hoofdstuk VI van dit reglement, na advies van de Universiteitsraad en de  Bestuurscomités UZ Leuven en LRD, elk voor de aangelegenheden die hen aanbelangen. De Inrichtende Overheid delegeert de bewaking van de uitvoering ervan naar de Raad van Bestuur.

De Inrichtende Overheid kan de verklaring over opdracht en identiteit en algemene strategische visie op eigen initiatief wijzigen, na advies van de Raad van Bestuur, de Universiteitsraad en de Bestuurscomités UZ Leuven en LRD, elk voor de aangelegenheden die hen aanbelangen.

Artikel 9 Organiek reglement

De Inrichtende Overheid:

  1. keurt het organiek reglement van de KU Leuven goed, evenals de voorstellen tot wijziging ervan door de Raad van Bestuur, na advies van de Universiteitsraad, de Bestuurscomités UZ Leuven en LRD, elk voor de aangelegenheden die hen aanbelangen;
  2. wijzigt het organiek reglement op eigen initiatief, na advies van de Raad van Bestuur, de Universiteitsraad en de Bestuurscomités UZ Leuven en LRD, elk voor de aangelegenheden die hen aanbelangen.
Artikel 10 Benoemingen

10.1. Benoeming en ontslag van de rector

De Inrichtende Overheid benoemt en ontslaat de rector, die qualitate qua lid is van de Raad van Bestuur.

10.2. Benoemingen na voordracht

Zij benoemt alle andere leden van de Raad van Bestuur op voordracht van de Raad van Bestuur overeenkomstig de bepalingen van het organiek reglement.

De benoeming van de externe leden van de Raad van Bestuur gebeurt op voordracht van de Raad van Bestuur en na advies van de Universiteitsraad. Voor de aangelegenheden die hen aanbelangen, wordt ook het advies van de Bestuurscomités UZ Leuven en LRD gevraagd.

De Inrichtende Overheid wijst onder de externe leden van de Raad van Bestuur de voorzitter van de Raad van Bestuur aan in overleg met de externe bestuurders en de rector. In afwijking van artikel 5.1. van dit reglement kan een voorzitter aangesteld worden voor een onmiddellijk hernieuwbare termijn van minder dan vier jaar onverminderd artikel 36.2.

Zij benoemt de voorzitter van het Bestuurscomité UZ Leuven en van het Bestuurscomité LRD, die qualitate qua lid worden van de Raad van Bestuur. Deze benoeming gebeurt op voordracht van de Raad van Bestuur, na advies van het Bestuurscomité UZ Leuven of LRD, en in overleg met de rector.

Zij benoemt de gedelegeerd bestuurder van de UZ Leuven en van LRD volgens de modaliteiten bepaald in art. 91 en 100 van dit reglement.

De student-bestuurders worden benoemd voor een eenmaal hernieuwbare periode van één jaar.

Als een voorgedragen kandidaat-lid van de Raad van Bestuur niet wordt aanvaard, kan de Raad van Bestuur nieuwe kandidaten voordragen, overeenkomstig de benoemingsprocedure die geldt voor de betrokken functie.

10.3. Benoemingen bij gebrek aan voordracht

Bij gebrek aan voordracht van kandidaat-leden voor het Gemeenschappelijk Bureau, met uitzondering van de rector en de algemeen beheerder, binnen de vijfenveertig kalenderdagen te rekenen vanaf de benoeming van de rector kan de Inrichtende Overheid, na de rector te hebben gehoord, zelf kandidaten selecteren en benoemen.

Bij gebrek aan voordracht van kandidaat-leden voor de functies van extern lid van de Raad van Bestuur, algemeen beheerder, voorzitter van het Bestuurscomité UZ Leuven en gedelegeerd bestuurder UZ Leuven en voorzitter en gedelegeerd bestuurder van het Bestuurscomité LRD, binnen de negentig kalenderdagen na het openvallen van het mandaat, kan de Inrichtende Overheid na de verkozen rector te hebben gehoord, zelf kandidaten selecteren en benoemen.

Artikel 11 Profiel leden Raad van Bestuur

De Inrichtende Overheid keurt het profiel van de leden van de Raad van Bestuur goed, met uitzondering van dat van de te verkiezen rector. De goedkeuring gebeurt op voorstel van de Raad van Bestuur, na advies van de Universiteitsraad en de Bestuurscomités UZ Leuven en LRD, elk voor de aangelegenheden die hen aanbelangen.

Artikel 12 Deelname aan en oprichting van andere rechtspersonen

De Inrichtende Overheid beslist, op voorstel van de Raad van Bestuur en na advies van de Academische Raad, over de deelname aan en de oprichting van andere rechtspersonen indien dat gevolgen kan hebben voor de identiteit van de KU Leuven.

Artikel 13 Toezicht, kwijting, conflictbeslechting en bindende beslissing

13.1. Toezicht en kwijting

De Inrichtende Overheid beoordeelt de strategie en het beleid op langere termijn van de KU Leuven op basis van een jaarlijks verslag van de Raad van Bestuur, en de werking op basis van de balans en de rekeningen. Zij verleent kwijting aan de leden van de Raad van Bestuur en de revisor na toelichting door de rector, de voorzitter van de Raad van Bestuur, de algemeen beheerder, de gedelegeerd bestuurders UZ Leuven en LRD, de voorzitter van het Auditcomité en de revisor.

13.2. Conflictbeslechting

13.2.1.  Bij betwisting over de uitoefening van de bevoegdheden van de KU Leuven bestuursorganen op de campussen van de partnerhogescholen, zoals bepaald in artikel 76bis en volgende, werkt de geleding gecoöpteerde  onafhankelijken van de Inrichtende Overheid een voorstel tot beslissing uit, waarna de Inrichtende Overheid het conflict definitief beslecht.

13.2.2. Deze procedure tot conflictbeslechting wordt door een Bestuurscomité dat zich in zijn belangen geschaad acht of door de Raad van Bestuur van de KU Leuven aanhangig gemaakt bij de Inrichtende Overheid, nadat alle andere hieronder beschreven interne procedures tot bemiddeling gefaald hebben.

13.2.3. In uitwerking van art 13.2.2 moet er eerst over een conflict bemiddeld worden door de betrokken academisch beheerder, vervolgens door het Gemeenschappelijk Bureau en tenslotte voorgelegd aan de Raad van Bestuur van de Associatie KU Leuven. Bij het niet bereiken van een oplossing wordt het conflict beslecht door de Inrichtende Overheid op vraag van de Raad van Bestuur van de KU Leuven of het betrokken Bestuurscomité.

13.3. Bemiddeling en bindende arbitragebeslissing

Bij betwisting betreffende materies waarbij de KU Leuven en één of meer hogescholen die lid zijn van de Associatie KU Leuven vzw en/of de Associatie KU Leuven vzw betrokken partij zijn, wordt aan de leden bedoeld in artikel 15.3.1. gevraagd een voorstel tot beslissing te formuleren voor de Inrichtende Overheid en/of de betrokken Algemene Vergaderingen.

Bij hun voorstel tot beslissing stellen de leden bedoeld in artikel 15.3.1. het gezamenlijk belang van de KU Leuven, de leden van de Associatie KU Leuven vzw en de Associatie KU Leuven voorop.

Wanneer niet alle betrokken hogescholen en/of de universiteit en/of de Associatie KU Leuven vzw akkoord gaan met de voorgestelde beslissing verbinden alle partijen er zich toe de betwisting voor te leggen aan een college van arbiters, samengesteld en beslissingen nemend overeenkomstig de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek.

De uitspraak van het college van arbiters is een definitieve eindbeslissing en heeft gezag van gewijsde voor elke in de arbitrage betrokken partij en is uitvoerbaar zonder mogelijkheid tot verhaal.

Het arbitraal college oordeelt in billijkheid.

De bepalingen van dit artikel zijn in geval van betwisting met de betrokken vzw ook van toepassing op de vzw HUB-KUBrussel en de vzw Patrimonium Hoger Onderwijs Sint-Lukas Brussel.

Artikel 14 Faculteit Theologie en Religiewetenschappen en Bijzondere faculteit Kerkelijk Recht

De Inrichtende Overheid beslist op de in artikel 18.1 bepaalde wijze over de oprichting, over de opheffing en over het statuut van de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen en van de Bijzondere faculteit Kerkelijk Recht op voorstel van de Raad van Bestuur, na advies van de Academische Raad.

Zij beslist op de in artikel 18.2 bepaalde wijze over het door de Bijzondere Academische Raad aan haar bezorgde voorstel van beslissing over de eerste aanstelling of benoeming van de leden van het zelfstandig academisch personeel van de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen en van de Bijzondere faculteit Kerkelijk Recht: de beslissingen vervat in de voorstellen van de Bijzondere Academische Raad worden van rechtswege definitief tenzij de Inrichtende Overheid binnen dertig kalenderdagen na ontvangst van deze voorstellen op gemotiveerde wijze laat weten hiermee niet te kunnen instemmen.

Afdeling 2. Samenstelling, stemming, stemverdeling, voorzitterschap en vergaderfrequentie

Artikel 15 Samenstelling

De Inrichtende Overheid bestaat uit vier geledingen:

15.1. de geleding namens de KU Leuven:

  • de voorzitter van de Raad van Bestuur;
  • een aantal vaste vertegenwoordigers van de KU Leuven of hun vaste plaatsvervangers, aangewezen door de Raad van Bestuur overeenkomstig artikel 26 van dit reglement.

Deze leden kunnen geen personeelslid zijn van de KU Leuven.

Het totaal aantal leden namens de KU Leuven en een gelijk aantal vaste plaatsvervangers bedraagt ten hoogste het aantal vaste vertegenwoordigers bedoeld in artikel 15.2. van dit organiek reglement.

Ieder lid dat de KU Leuven vertegenwoordigt, kan zich laten vervangen door een vaste plaatsvervanger of kan zich laten vertegenwoordigen door een volmacht te verlenen aan een lid of een vaste plaatsvervanger namens de KU Leuven.

Het totaal aantal leden namens de KU Leuven bedraagt ten hoogste het aantal vaste vertegenwoordigers bedoeld in artikel 15.2. van dit organiek reglement. De leden namens de KU Leuven beschikken over evenveel stemmen in de Inrichtende Overheid als de leden bedoeld in artikel 15.2. In voorkomend geval kunnen de leden namens de KU Leuven over meer dan één stem beschikken. Indien het aantal leden namens de KU Leuven kleiner is dan het aantal stemmen waarover deze leden beschikken, bepaalt de Raad van Bestuur hoe de stemmen onder deze leden worden verdeeld.

15.2. de geleding namens elk van de andere instellingen voor hoger onderwijs die lid zijn van de Associatie KU Leuven vzw:

de vaste vertegenwoordiger van de instelling of instellingen of zijn/haar vaste plaatsvervanger die in de algemene vergadering van de Associatie KU Leuven vzw zitting heeft;

15.3. de geleding onafhankelijken bestaat uit twee subgeledingen:

15.3.1. de geleding gecoöpteerde onafhankelijken die overeenkomstig de statuten van de Associatie KU Leuven vzw omwille van hun onafhankelijkheid  door de vertegenwoordigers van de KU Leuven vermeld in artikel 15.1 en de vertegenwoordigers van de partnerhogescholen vermeld in artikel 15.2., na consultatie van de diocesane bisschoppen uit het Nederlandse taalgebied van België bedoeld in artikel 15.4.1 gecoöpteerd zijn als lid van de algemene vergadering van de Associatie KU Leuven vzw. Het aantal gecoöpteerde leden stemt maximaal overeen met het aantal leden bedoeld onder artikel 15.2. Indien het aantal gecoöpteerde onafhankelijken kleiner is dan het aantal stemmen waarover deze leden beschikken, kunnen deze leden over meer dan één stem beschikken. In voorkomend geval gebeurt de stemmenverdeling overeenkomstig de statuten van de Associatie KU Leuven vzw.

15.3.2. een vertegenwoordiger van de Associatie KU Leuven, aangewezen overeenkomstig haar statuten, die niet deelneemt aan de procedure van conflictbeslechting bedoeld in artikel 13.2. en de procedure van bindende beslissing bedoeld in artikel 13.3.

15.4. de geleding met raadgevende stem bestaat uit de volgende subgeledingen:

  1. de Aartsbisschop van Mechelen-Brussel, die de titel Grootkanselier van de KU Leuven voert, en de andere diocesane bisschoppen uit het Nederlandse taalgebied van België;
  2. de subgeleding belanghebbenden uit het middenveld, gemeenschappelijk aangeduid door de geledingen bepaald in artikel 15.1., 15.2. en 15.3.1. samen;
  3. de rector van de KU Leuven.


 15.5. Elk lid kan onbeperkt volmacht krijgen van leden die tot dezelfde categorie behoren. Het aantal volmachten wordt beperkt tot:

  • één in geval van beslissing betreffende een schorsing bij wijze van maatregel van orde (m.n. een maatregel genomen in het belang van de goede werking van de KU Leuven) of het ontslag van de rector en/of van de voorzitter van de Raad van Bestuur;
  • twee in geval van een wijziging van het organiek reglement of de opdrachtverklaring of algemene strategische visie.

15.6. Secretaris

De directeur-generaal van de rectorale diensten is de secretaris van de Inrichtende Overheid en woont de vergaderingen bij.

15.7. Duur van het mandaat

De leden van de Inrichtende Overheid behorend tot de geleding KU Leuven worden benoemd voor een periode van maximaal vier jaar. Zij kunnen maximaal drie opeenvolgende mandaattermijnen uitoefenen. Voor een nieuw mandaat komen ze ten vroegste na een onderbreking van vier jaar in aanmerking. In afwijking van artikel 5.1. zijn zij van rechtswege ontslagnemend op het einde van het kalenderjaar waarin zij de leeftijd van 75 jaar bereiken.

15.8. Samenstelling bij wijziging van de algemene vergadering van de Associatie KU Leuven vzw

Indien op grond van de overeenkomst van 10 juli 2002 tot oprichting van een associatie rond de KU Leuven wijzigingen worden aangebracht aan de samenstelling van de algemene vergadering van de Associatie KU Leuven vzw, wordt de samenstelling van de Inrichtende Overheid op een overeenkomstige wijze aangepast. 

Artikel 16 Voorzitterschap van de Inrichtende Overheid en voorzitterschap van de geleding gecoöpteerde onafhankelijken

16.1. De voorzitter van de Raad van Bestuur is voorzitter van de Inrichtende Overheid.

Wanneer er wordt beraadslaagd over de bevoegdheden omschreven in artikel 14 en/of 18.2 van dit reglement draagt de voorzitter van de Inrichtende Overheid het voorzitterschap voor de behandeling van deze agendapunten over aan de Aartsbisschop van Mechelen-Brussel.

16.2. De geleding gecoöpteerde onafhankelijken bedoeld in artikel 15.3.1. duidt tussen haar leden een voorzitter aan. Hij neemt het voorzitterschap waar wanneer deze geleding samenkomt in uitvoering van de procedure bedoeld in artikel 13.2 of 13.3. van dit reglement.

Artikel 17 Vergaderfrequentie en buitengewone vergaderingen

17.1. De Inrichtende Overheid vergadert ten minste tweemaal per jaar en wordt daartoe samengeroepen door de voorzitter of een door de voorzitter gemandateerde persoon.

17.2. De rector, de voorzitter van de algemene vergadering van de Associatie KU Leuven vzw - elk afzonderlijk - of ten minste drie samen optredende leden van de Inrichtende Overheid, kunnen punten op de agenda laten plaatsen of verzoeken een buitengewone vergadering te houden.

Artikel 18 Aanwezigheids- en meerderheidsquorum

18.1. Beslissingen kunnen slechts worden genomen indien ten minste de helft van de stemgerechtigde leden aanwezig of door volmacht vertegenwoordigd is en met een gewone meerderheid van de aanwezige en vertegenwoordigde leden, behoudens in de hierna vermelde uitzonderingen.

18.2. Wijzigingen van de verklaring over opdracht en identiteit, zoals bedoeld in artikel 8 van dit reglement, die betrekking hebben op het christelijke karakter van de KU Leuven, kunnen enkel worden besproken indien ten minste twee derde van de leden met stemrecht en van de leden van de subgeleding diocesane bisschoppen uit het Nederlands taalgebied van België zoals bedoeld in artikel 15.4.1. aanwezig of door volmacht vertegenwoordigd is. Deze voorstellen tot wijziging moeten worden goedgekeurd met een meerderheid van de uitgebrachte stemmen van de aanwezige en vertegenwoordigde leden van de eerste drie geledingen samen. Tegen deze beslissing kan de subgeleding diocesane bisschoppen uit het Nederlands taalgebied van België zoals bedoeld in artikel 15.4.1. bij meerderheid een veto uitbrengen.

18.3. Voor beslissingen bedoeld in artikel 14 moet ten minste twee derde van de leden met stemrecht en van de geleding 15.4.1. aanwezig of door volmacht vertegenwoordigd zijn. Voorstellen moeten worden goedgekeurd met een meerderheid van de uitgebrachte stemmen van zowel de aanwezige en vertegenwoordigde leden van de eerste drie geledingen samen als van de subgeleding diocesane bisschoppen uit het Nederlands taalgebied van België.

18.4. Wanneer beslist wordt over voorstellen tot wijziging van het organiek reglement, zoals bedoeld in artikel 9 van dit reglement, of over de schorsing bij wijze van ordemaatregel voor ten hoogste 3 maanden of over het ontslag van de rector moet ten minste twee derde van de leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn en moet de voorzitter van de Inrichtende Overheid aanwezig zijn.

Voor beslissingen over een schorsing bij wijze van ordemaatregel voor ten hoogste 3 maanden en het ontslag van de voorzitter van de Raad van Bestuur moet ten minste twee derde van de leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn en moet de rector aanwezig zijn en gehoord worden.

De beslissingen moeten worden genomen met een meerderheid van ten minste twee derde van de door de aanwezige en de vertegenwoordigde leden uitgebrachte stemmen.

Indien niet alle hierboven vermelde voorwaarden betreffende aanwezigheidsquorum zijn vervuld, wordt een tweede vergadering bijeengeroepen ten vroegste na het verstrijken van vijftien kalenderdagen.

Deze vergadering moet uiterlijk vijftien dagen na de tweede oproeping worden gehouden en kan ongeacht het aantal aanwezigen/gevolmachtigden over de voorstellen tot wijziging van het organiek reglement of over het ontslag van de rector of van de voorzitter van de Raad van Bestuur beslissen met dezelfde meerderheid van stemmen als vereist was voor de eerste vergadering.

Top

Hoofdstuk III. De Raad van Bestuur

De Raad van Bestuur bestuurt de KU Leuven. Hij bepaalt de globale strategie en volgt de uitvoering ervan op. Hij keurt de begroting en de jaarrekening goed.

Afdeling 1. Bevoegdheid

Artikel 19 Algemeen

De Raad van Bestuur bestuurt de KU Leuven. Overeenkomstig de opdrachtverklaring en de algemene strategische visie legt hij de globale strategie vast en keurt hij de deelstrategieën goed, waarvan hij de uitvoering stimuleert en evalueert. Hij staat in voor de stimulering van en de coördinatie, de afstemming en eventueel de arbitrage tussen de bestuursorganen van de KU Leuven, met uitzondering van de procedure bedoeld in artikel 13.2.1., opdat de doelstellingen in de opdrachtverklaring, de algemene strategische visie en de strategische plannen optimaal worden gerealiseerd.

Hij bereidt de opdrachtverklaring en het organiek reglement voor. Hij vertegenwoordigt de KU Leuven in en buiten rechte tegenover derden zoals bepaald in de wet van 12 augustus 1911 onverminderd de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de bestuursorganen in de aan hen gedelegeerde aangelegenheden.

Artikel 20 Delegaties

Hij delegeert aan de Academische Raad de bevoegdheden zoals bepaald in artikel 38 van dit reglement, aan het Gemeenschappelijk Bureau het bestuur van de Universiteit zoals bepaald in artikel 51 van dit reglement, aan het Bestuurscomité LRD het bestuur van de valorisatieactiviteiten zoals bepaald in 96 van dit reglement. De delegatiemodaliteiten worden verder omschreven in een charter.

Het beheer van universitaire ziekenhuizen, zoals gedefinieerd in de Wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinstellingen, gecoördineerd op 10 juli 2008, wordt gedelegeerd aan het Bestuurscomité UZ Leuven, met uitzondering van de aanstelling van de bedrijfsrevisor, waarvoor de Raad van Bestuur als beheersorgaan optreedt. De delegatiemodaliteiten worden verder omschreven in een charter.

De Raad van Bestuur delegeert het instellen van vorderingen in rechte aan het Gemeenschappelijk Bureau, het Bestuurscomité UZ en het Bestuurscomité LRD, elk voor de aangelegenheden die aan hen worden gedelegeerd.

De Raad van Bestuur kan onder zijn verantwoordelijkheid zijn bevoegdheden delegeren aan andere organen vermeld in dit reglement en aan leden van die andere organen, met uitzondering van de bevoegdheden vermeld in artikels 21, 22, 23, 24, 26, 27, 30, 31, 32 en 34.

De Raad van Bestuur beslist over de afsluiting van de samenwerkingsovereenkomsten met de partnerhogescholen, zoals bedoeld in artikel 13.3.

Artikel 21 Opdrachtverklaring, algemene strategische visie, strategisch plan, jaarverslag

21.1. Wijziging

De Raad van Bestuur kan, na overleg in de Universiteitsraad, wijzigingen aan de opdrachtverklaring, de algemene strategische visie en het organiek reglement aan de Inrichtende Overheid ter goedkeuring voorleggen, zoals bedoeld in artikels 8 en 9 van dit reglement, na daarover advies te hebben gevraagd aan de Bestuurscomités UZ Leuven en LRD. Hij keurt de personeelsreglementen van de Universiteit goed, na daarover advies te hebben gevraagd aan de Academische Raad.

21.2. Uitvoering

De Raad van Bestuur keurt initiatieven goed die nodig zijn om de opdrachtverklaring en de algemene strategische visie van de KU Leuven uit te voeren. Daartoe werkt hij een globale strategie uit en keurt hij de deelstrategieën goed van de Universiteit, UZ Leuven en LRD.

Hij kijkt toe op de uitvoering van deze deelstrategieën.

Hij keurt het jaarverslag van de KU Leuven goed.

Uiterlijk één jaar na het aantreden van een nieuw Gemeenschappelijk Bureau actualiseert de Raad van Bestuur zijn algemene strategie en de deelstrategieën en actualiseert hij de profielomschrijvingen van de leden van de Raad van Bestuur met uitzondering van de rector, voor wie een verkiezingsprocedure geldt.

Artikel 22 Begroting en rekeningen

De Raad van Bestuur keurt de begrotingen van de KU Leuven, met inbegrip van de onderdelen zoals bedoeld in de preambule, en de jaarrekeningen van de KU Leuven goed en waakt over het financiële evenwicht van de KU Leuven. De goedkeuring van de begrotingen van de KU Leuven en van haar jaarrekeningen gebeurt na verslag van het Auditcomité, na toelichting door de rector, de algemeen beheerder, de gedelegeerd bestuurders UZ Leuven en LRD en na toelichting door de bedrijfsrevisor van de KU Leuven.

Hij houdt toezicht op de efficiënte en effectieve werking van de risicobeheersings- en controlesystemen.

Artikel 23 Auditcomité

23.1. Binnen de Raad van Bestuur wordt één Auditcomité voor de KU Leuven opgericht. Het Auditcomité is samengesteld uit externe leden van de Raad van Bestuur die over de nodige deskundigheid op het gebied van boekhouding, audit en risicobeheer beschikken. Het Auditcomité rapporteert aan de Raad van Bestuur. De manier van rapporteren aan de gedelegeerde bestuursorganen wordt verder uitgewerkt in het auditcharter, dat door de Raad van Bestuur wordt goedgekeurd.

Onverminderd de opdracht van de Raad van Bestuur volgens artikel 22 - te waken over het financiële evenwicht van de KU Leuven - heeft het Auditcomité ten minste de volgende taken:

a. monitoring van het financiële verslaggevingsproces;

b. monitoring van de doeltreffendheid van de systemen voor interne controle en risicobeheer van de KU Leuven;

c. monitoring van de interne audit en van zijn doeltreffendheid;

d. monitoring van de wettelijke controle van de jaarrekening inclusief opvolging van de vragen en aanbevelingen van de revisor;

e. beoordeling en monitoring van de onafhankelijkheid van de bedrijfsrevisor die instaat voor de controle van de jaarrekening, waarbij er met name op gelet wordt dat die onafhankelijkheid niet door de verlening van bijkomende diensten aan de KU Leuven in het gedrang komt;

f. voordracht aan de Raad van Bestuur ter benoeming van de bedrijfsrevisor van de KU Leuven en van de verlenging van diens mandaat.

De voorzitter van het Auditcomité brengt bij de Inrichtende Overheid en de Raad van Bestuur verslag uit over de uitoefening van zijn taken, ten minste eenmaal per jaar bij de goedkeuring van de begroting en de goedkeuring van de jaarrekening en het verlenen van kwijting.

De bedrijfsrevisor die instaat voor de controle van de jaarrekening:

a. bevestigt jaarlijks aan het Auditcomité schriftelijk zijn onafhankelijkheid van de KU Leuven;

b. meldt jaarlijks aan het Auditcomité alle voor de KU Leuven verrichte bijkomende diensten;

c. voert overleg met het Auditcomité over de bedreigingen voor zijn onafhankelijkheid en de veiligheidsmaatregelen die genomen zijn om deze bedreigingen in te perken, zoals door hem onderbouwd.

23.2. Om zijn opdracht te vervullen kan het Auditcomité de bestuursorganen en hun individuele leden evenals de personeelsleden van de KU Leuven horen. Om zijn taak te vervullen heeft het comité toegang tot de gebouwen en tot alle relevante informatie. Het Auditcomité omschrijft zijn werking in een charter dat het voor goedkeuring voorlegt aan de Raad van Bestuur.

23.3. De voorzitter van het Auditcomité wordt benoemd door de Raad van Bestuur. De voorzitter van de Raad van Bestuur is geen lid van het Auditcomité.

Artikel 24 Remuneratiecomité

De Raad van Bestuur richt in zijn schoot een Remuneratiecomité op dat bevoegd is voor de behandeling van individuele dossiers van personeelsleden van de KU Leuven met inbegrip van de leden van de Raad van Bestuur en de Bestuurscomités UZ Leuven en LRD, onverminderd de bevoegdheden toegekend aan het Remuneratie- en Benoemingscomité van de UZ Leuven in art. 87.

Artikel 25 Beheer van het vermogen van de KU Leuven - Schenkingen en Legaten

Onverminderd de in artikel 85 aan het Bestuurscomité UZ Leuven gedelegeerde bevoegdheid en de in artikel 96 aan het Bestuurscomité LRD gedelegeerde bevoegdheid beslist de Raad van Bestuur over alle daden van beheer en beschikking met betrekking tot het vermogen van de KU Leuven, en over de aanvaarding of verwerping van schenkingen en legaten.

Artikel 26 Benoeming en ontslag effectieve en plaatsvervangende vertegenwoordigers KU Leuven binnen de Inrichtende Overheid

Hij wijst, na aan de Universiteitsraad, de Bestuurscomités UZ Leuven en LRD advies te hebben gevraagd, de vaste vertegenwoordigers van de KU Leuven en hun eventuele vaste plaatsvervangers in de Inrichtende Overheid aan met een meerderheid van twee derde van de aanwezige en vertegenwoordigde leden. Hij verleent hun met dezelfde meerderheid ontslag, ambtshalve of op eigen verzoek. Hiertoe is geen voorafgaandelijk advies vereist.

Artikel 27 Benoeming leden Gemeenschappelijk Bureau, externe vertegenwoordigers in Bestuurscomités UZ Leuven en LRD, Bestuurscomité Kulak en bedrijfsrevisor

27.1. Benoeming leden van het Gemeenschappelijk Bureau

Conform artikel 11 legt de Raad van Bestuur het profiel van de vicerectoren Humane Wetenschappen, Wetenschap & Technologie en Biomedische Wetenschappen ter goedkeuring voor aan de Inrichtende overheid, na advies van de Universiteitsraad en de Bestuurscomités UZ Leuven en LRD, elk voor de aangelegenheden die hen aanbelangen.

De Raad van Bestuur draagt de kandidaat-vicerectoren Humane Wetenschappen, Wetenschap & Technologie en Biomedische Wetenschappen ter benoeming voor aan de Inrichtende Overheid na advies van de Universiteitsraad op voorstel van de (verkozen) rector.

Hij benoemt de andere vicerectoren en de academisch beheerders, op voorstel van de (verkozen) rector, na advies van de Universiteitsraad en in voorkomend geval van het Bestuurscomité en een representatieve vertegenwoordiging van de Raad voor Academische opleidingen van de betrokken partnerhogeschool. Hij evalueert en ontslaat ze.

De benoeming van de algemeen beheerder gebeurt overeenkomstig artikel 67 van dit reglement.

Voor de hierboven vermelde beslissingen nemen de (uittredende) leden van het Gemeenschappelijk Bureau niet deel aan het besluitvormingsproces in de Raad van Bestuur en de Universiteitsraad.

27.2. Benoeming van de vertegenwoordiger in de Bestuurscomités UZ Leuven en LRD

De Raad van Bestuur wijst in zijn midden onder de externe bestuursleden ten minste twee leden aan die zitting hebben in het Bestuurscomité UZ Leuven, na advies van het Bestuurscomité UZ Leuven.

Hij wijst in zijn midden onder de externe bestuursleden ten minste één lid aan dat zitting heeft in het Bestuurscomité LRD, na advies van het Bestuurscomité LRD.

Hij benoemt de andere externe leden van de Bestuurscomités UZ Leuven en LRD na advies van het betrokken Bestuurscomité en verleent hun jaarlijks kwijting, hij evalueert en ontslaat hen.

27.3. Benoeming leden van het Bestuurscomité Kulak

Hij benoemt, evalueert en ontslaat de leden van het Bestuurscomité Kulak.

27.4. Benoeming bedrijfsrevisor

Hij benoemt en ontslaat de bedrijfsrevisor van de KU Leuven.

Artikel 28 Bevoegdheden t.o.v. leden zelfstandig academisch personeel

De Raad van Bestuur oefent over de leden van het zelfstandig academisch personeel de tuchtbevoegdheden uit overeenkomstig het Reglement academisch personeel.

Artikel 29 Bevoegdheden betreffende directiefuncties binnen de universiteit

De Raad van Bestuur stelt binnen de Universiteit de personeelsleden aan die een directiefunctie uitoefenen.

Artikel 30 Bevoegdheden ten aanzien van de UZ Leuven

30.1. De Raad van Bestuur benoemt de leden van het Bestuurscomité UZ Leuven met uitzondering van de voorzitter en de gedelegeerd bestuurder UZ Leuven, de rector, de vicerector Biomedische Wetenschappen, en de algemeen beheerder, na advies te hebben gevraagd aan het Bestuurscomité UZ Leuven; hij evalueert en ontslaat ze;

30.2. hij keurt het strategisch deelplan goed;

30.3. hij keurt de begroting UZ Leuven en de rekeningen UZ Leuven goed;

30.4. hij bespreekt halfjaarlijks het gevoerde beleid;

30.5. hij keurt het huishoudelijk reglement van het Bestuurscomité UZ Leuven goed;

30.6. hij keurt het charter goed waarin de gedelegeerde bevoegdheden worden geregeld.

Artikel 31 Bevoegdheden ten aanzien van LRD

31.1. De Raad van Bestuur benoemt en ontslaat de leden van het Bestuurscomité LRD met uitzondering van de gedelegeerd bestuurder LRD, de rector, de vicerectoren Humane Wetenschappen, Wetenschap & Technologie en Biomedische Wetenschappen, de vicerector Onderzoeksbeleid en de algemeen beheerder, na advies te hebben gevraagd aan het Bestuurscomité LRD; hij evalueert en ontslaat ze;

31.2. hij benoemt en ontslaat de voorzitter van het Bestuurscomité LRD, na advies te hebben gevraagd aan het Bestuurscomité LRD;

31.3. hij keurt het strategisch deelplan goed;

31.4. hij keurt de deelbegroting en de rekeningen goed;

31.5. hij bespreekt halfjaarlijks het gevoerde beleid;

31.6. hij keurt het huishoudelijk reglement van het Bestuurscomité LRD goed;

31.7. hij keurt het charter goed waarin de gedelegeerde bevoegdheden worden geregeld.

Artikel 32 Bevoegdheden ten aanzien van het Bestuurscomité Kulak

32.1. De Raad van Bestuur benoemt en ontslaat de voorzitter en de leden van het Bestuurscomité Kulak, met uitzondering van de algemeen beheerder, na advies te hebben gevraagd aan het Bestuurscomité Kulak en de Kulakraad;

32.2. hij bespreekt jaarlijks het gevoerde beleid;

32.3. hij keurt het huishoudelijk reglement van het Bestuurscomité Kulak goed.

Artikel 33 Samenwerking met, deelname aan en oprichting van rechtspersonen

33.1. Samenwerkingsovereenkomsten van strategisch belang

De Raad van Bestuur beslist over het sluiten van overeenkomsten van strategisch belang met andere universiteiten, partnerhogescholen en onderzoeksinstellingen, met de Associatie KU Leuven vzw en met de “Katholieke Universiteit Leuven - Université catholique de Louvain”.

33.2. Deelname aan en oprichting van andere rechtspersonen

De Raad van Bestuur beslist over de deelname aan en de oprichting van andere rechtspersonen, onverminderd art. 12 van dit reglement.

33.3. Samenwerking met de Associatie KU Leuven vzw en haar leden

33.3.1. De Raad van Bestuur stimuleert de samenwerking met de Associatie KU Leuven vzw en met haar leden.

33.3.2.Conflictbeslechting

De Raad van Bestuur en de Bestuurscomités bedoeld in artikel 13.2.1. van dit reglement beslissen over het aanhangig maken van een conflict bij de Inrichtende Overheid overeenkomstig de modaliteiten opgenomen in artikel 13.2.3.

Artikel 34 Residuaire bevoegdheid

De Raad van Bestuur is bevoegd voor alle aangelegenheden die niet bij wet, het decreet, of het organiek reglement aan andere organen worden toegewezen of gedelegeerd.

Afdeling 2. Samenstelling en werking

Artikel 35 Samenstelling

35.1. Stemgerechtigde leden

De Raad van Bestuur bestaat uit ten minste elf en ten hoogste vijfentwintig stemgerechtigde leden en is samengesteld uit de volgende geledingen:

35.1.1. de rector, de vicerectoren Humane Wetenschappen, Wetenschap & Technologie en Biomedische Wetenschappen en de algemeen beheerder voor de duur van hun mandaat;

35.1.2. de overeenkomstig artikel 10 benoemde voorzitter van het Bestuurscomité UZ Leuven, de gedelegeerd bestuurder UZ Leuven, de overeenkomstig artikel 10 benoemde voorzitter van het Bestuurscomité LRD en de gedelegeerd bestuurder LRD voor de duur van hun mandaat. De hier genoemde voorzitters kunnen externe bestuurders zoals bedoeld in artikel 35.1.3 zijn;

35.1.3. een aantal bestuurders die geen personeelslid van de KU Leuven zijn en die niet als student zijn ingeschreven, waaronder ten minste een lid uit de geleding van de partnerhogescholen, partners in de Associatie KU Leuven vzw. Zij worden hierna externe bestuurders genoemd.

35.1.4. In de Raad van Bestuur maken de externe bestuurders de meerderheid van het aantal leden uit. Elke bestuurder heeft één stem.

35.1.5. De Raad van Bestuur stelt overeenkomstig de bepalingen in het decreet van 19 maart 2004 betreffende de rechtspositieregeling van de student, de medezeggenschap in het hoger onderwijs, de integratie van bepaalde afdelingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de partnerhogescholen en de begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen een aantal voltijds aan de Universiteit ingeschreven studenten voor benoeming voor aan de Inrichtende Overheid. Deze studenten worden door de representatieve studentenorganisatie voorgedragen overeenkomstig het medebestuursmodel waartoe is beslist in uitvoering van de bepalingen van het vermelde decreet van 19 maart 2004. Deze studenten moeten tijdens de twee voorafgaande academiejaren elk voor ten minste vierenvijftig studiepunten creditbewijzen hebben behaald aan de Universiteit.

35.2. Leden met raadgevende stem aangesteld door de Inrichtende Overheid

35.2.1. Een vertegenwoordiger van de geleding bedoeld in artikel 15.4.1. aangeduid door de Inrichtende Overheid woont de vergaderingen bij met raadgevende stem.

35.2.2. Een door de Raad van Bestuur van de Associatie KU Leuven vzw voorgedragen vertegenwoordiger woont de vergaderingen bij met raadgevende stem.

35.3. Secretaris

De directeur-generaal van de Rectorale Diensten en de directeur van de Stafdiensten Algemeen Beheer zijn secretaris van de Raad van Bestuur.

Artikel 36 Tijdstip beëindiging mandaat

36.1. Algemeen

Het mandaat van de externe leden eindigt van rechtswege bij het verstrijken van de duur zoals bepaald in artikel 5.2. In afwijking van de vorige bepaling, blijven zij in functie tot in hun vervanging is voorzien.

Bij overlijden of ontslag van een of meer externe bestuurders kan de Raad van Bestuur geldig beslissen zelfs indien de externe leden niet de meerderheid van de Raad van Bestuur uitmaken. In dit geval wordt onverwijld in hun vervanging voorzien.

36.2. Verlenging mandaat voorzitter

Indien de mandaattermijn van de voorzitter in hetzelfde academiejaar afloopt als die van de rector kan het mandaat van de voorzitter met maximum één jaar verlengd worden.

36.3. Mandaat student-lid

Het mandaat van de student-leden eindigt uiterlijk een maand nadat ze een jaar lid zijn geweest. Het kan met één jaar worden verlengd.

Artikel 37 Agenderings- en verdagingsrecht rector

37.1. De rector kan aan de agenda van een volgende vergadering of ter zitting agendapunten laten toevoegen of een buitengewone vergadering van de Raad van Bestuur laten samenroepen.

37.2. Op verzoek van de rector kan een agendapunt tot een volgende vergadering worden verdaagd. De rector kan eenzelfde punt slechts eenmaal laten verdagen.

Top

Hoofdstuk IV. De Academische Raad

De Academische Raad oefent de aan hem gedelegeerde bevoegdheden uit. Binnen zijn bevoegdheden beslist hij over de besteding van de middelen voor academisch onderwijs, wetenschappelijk onderzoek, studentenbeleid - met inachtneming van de bevoegdheid door de wetgeving toegekend voor het beheer van de sociale voorzieningen - en maatschappelijke en wetenschappelijke dienstverlening - met inachtneming van de bevoegdheid toegekend aan de UZ Leuven en aan LRD.

Afdeling 1. Bevoegdheid

Artikel 38 Gedelegeerde bevoegdheden

De Raad van Bestuur delegeert aan de Academische Raad de bestuursbevoegdheid over de Universiteit voor wat volgt:

1. de uitwerking van de strategie en het nemen van beleidsbeslissingen;

2. de bewaking van de universiteitsbrede kwaliteitscontrole betreffende onderwijs en onderzoek;

3. de verdeling van de door Raad van Bestuur toegekende financiële middelen betreffende:

  • het academisch onderwijs;
  • het studentenbeleid, met inachtneming van de bevoegdheid door de wetgeving toegekend voor het beheer van de sociale voorzieningen;
  • het beleid betreffende het wetenschappelijk onderzoek;
  • het beleid betreffende de maatschappelijke en wetenschappelijke dienstverlening, onverminderd de bevoegdheden toegekend aan de UZ Leuven en aan LRD zoals bepaald in Hoofdstuk XIII en Hoofdstuk XIV;

4. Onverminderd artikel 14 van het organiek reglement kan de Academische Raad nieuwe faculteiten oprichten en bestaande faculteiten afschaffen of samenvoegen. Hij meldt dit aan de Inrichtende Overheid.

5. Zoals verder uitgewerkt in het Reglement academisch personeel stelt de Academische Raad de beoordelingscommissies voor de leden van het zelfstandig personeel in.

Artikel 39 Verklaring over opdracht en identiteit en algemene strategische visie

De Academische Raad stelt in uitvoering van de verklaring over opdracht en identiteit en van de algemene strategische visie van de KU Leuven het strategisch plan van de Universiteit op en legt dit ter goedkeuring voor aan de Raad van Bestuur.

Artikel 40 Goedkeuring reglementen

De Academische Raad keurt de groepsreglementen, het reglement Kulak, de reglementen van de Raden voor Academische Opleidingen en de universiteitsbrede reglementen betreffende onderwijs, examens, onderzoek en maatschappelijke en wetenschappelijke dienstverlening goed (met inachtneming van de bevoegdheid door de wetgeving toegekend voor het beheer van sociale voorzieningen, en de bevoegdheden toegekend aan de UZ Leuven en aan LRD).

Artikel 41 Ombudspersoon voor het personeel van de Universiteit

De Academische Raad benoemt de ombudspersoon voor het personeel van de Universiteit. De ombudspersoon voor het personeel is ermee belast klachten van de leden van de Universiteit betreffende inbreuken op hun rechten en belangen in ontvangst te nemen, te onderzoeken en in voorkomend geval voorstellen te doen aan de bevoegde organen en diensten.

De ombudspersoon beschikt daartoe over het meest uitgebreide informatie- en interpellatierecht.

De Academische Raad bepaalt nader de regels betreffende de benoeming en taakomschrijving van de ombudspersoon voor het personeel.

Artikel 42 Voordracht- en adviesbevoegdheid t.a.v. benoemde Leden Gemeenschappelijk Bureau – Verkiezings- en Toezichtcommissie met betrekking tot de verkiezing van de rector

De Academische Raad, beperkt tot de leden die geen deel uitmaken van het Gemeenschappelijk Bureau en onder voorzitterschap van de decaan met de grootste functieanciënniteit of, bij gelijke anciënniteit, met de hoogste leeftijd:

  • draagt op voorstel van de (verkozen) rector, na advies van de Universiteitsraad en via de Raad van Bestuur de kandidaat-vicerectoren Humane Wetenschappen, Wetenschap & Technologie en Biomedische Wetenschappen voor aan de Inrichtende Overheid;
  • adviseert over de aanstelling van de algemeen beheerder;
  • draagt de andere vicerectoren en de academisch beheerders, na advies van de Universiteitsraad aan de Raad van Bestuur voor benoeming voor;
  • stelt de verkiezingscommissie samen die de rectorverkiezing organiseert. De Academische Raad richt in de schoot van de verkiezingscommissie een Toezichtcommissie op die op het regelmatige verloop van de verkiezingen toeziet.
Artikel 43 Adviesbevoegdheid t.o.v. de Raad van Bestuur en in de Universiteitsraad

43.1. Adviesbevoegdheid t.o.v. de Raad van bestuur

De Academische Raad kan voorstellen overmaken aan de Raad van Bestuur en geeft adviezen over:

  • de strategie en het beleid op langere termijn;
  • de begrotingen en de rekeningen van de Universiteit;
  • de personeelsreglementen van de Universiteit;
  • het culturele en maatschappelijke engagement van de Universiteit en haar relatie met de samenleving, de andere universiteiten, partnerhogescholen en onderzoeksinstellingen en met het onderwijs in het algemeen.

 Hij toetst de werking van het Gemeenschappelijk Bureau aan de hand van de uitvoering van het goedgekeurde strategisch plan.

43.2. Adviesbevoegdheid in de Universiteitsraad

De Academische Raad geeft adviezen in de Universiteitsraad over:

  • de verklaring over opdracht en identiteit en algemene strategische visie van de KU Leuven;
  • het organiek reglement;
  • de benoeming van de vertegenwoordigers van de KU Leuven in de Inrichtende Overheid en hun eventuele plaatsvervangers;
  • de benoeming van de externe leden van de Raad van Bestuur en de leden van het Gemeenschappelijk Bureau met uitzondering van de rector;
  • het profiel van de leden van de Raad van Bestuur met uitzondering van de rector.
Artikel 44 Samenwerking met de Associatie KU Leuven vzw en haar leden

De Academische Raad bouwt de samenwerking met de partnerhogescholen van de Associatie KU Leuven vzw actief uit.

Hij is bevoegd voor de academische aspecten van de samenwerking met de partnerhogescholen van de Associatie KU Leuven vzw.

Afdeling 2. Samenstelling en voorzitterschap

Artikel 45 Samenstelling

45.1. Stemgerechtigde leden

De stemgerechtigde leden van de Academische Raad zijn:

45.1.1. de leden van het Gemeenschappelijk Bureau;

45.1.2. de decanen;

45.1.3. de verkozen vertegenwoordigers van het zelfstandig academisch personeel, van het assisterend en bijzonder academisch personeel en van het administratief en technisch personeel;

45.1.4. de vertegenwoordigers van de studenten.

Het totale aantal vertegenwoordigers bepaald in artikels 45.1.3 en 45.1.4. mag niet hoger zijn dan elf.

45.2. Lid met raadgevende stem:

De ombudspersoon van het academisch personeel woont de vergaderingen bij met raadgevende stem.

45.3. Secretaris:

De directeur-generaal van de Rectorale Diensten en de directeur van de Stafdiensten Algemeen Beheer zijn secretaris van de Academische Raad.

Artikel 46 voorzitterschap

De rector is voorzitter van de Academische Raad.

De Academische Raad, beperkt tot de leden die geen deel uitmaken van het Gemeenschappelijk Bureau, wordt voorgezeten door de decaan met de meeste functieanciënniteit of, bij gelijke anciënniteit, met de hoogste leeftijd.

Artikel 47 Vergaderfrequentie

De Academische Raad vergadert ten minste zesmaal per academiejaar.

Top

Hoofdstuk V. De Bijzondere Academische Raad

De Bijzondere Academische Raad beslist over het algemene beleid betreffende het zelfstandig academisch personeel. Hij benoemt en bevordert dit personeel.

Afdeling 1. Bevoegdheid

Artikel 48 Bevoegdheid

De Bijzondere Academische Raad beslist over het algemene beleid betreffende rekrutering, benoeming en bevordering van het zelfstandig academisch personeel.

Hij beslist, na advies te hebben gevraagd aan de Bijzondere groepsbesturen, over de benoeming, aanstelling en bevordering en het verzoek tot ontslag van leden van het zelfstandig academisch personeel, onverminderd de bevoegdheid van de Inrichtende Overheid bedoeld in artikel 14.

Het wijst de leden van het zelfstandig academisch personeel toe aan een faculteit en, in voorkomend geval, aan een departement.

Afdeling 2. Samenstelling en werking

Artikel 49 Samenstelling

De Bijzondere Academische Raad bestaat uit de leden van het Gemeenschappelijk Bureau en de decanen. De ombudspersoon van het academisch personeel woont de vergaderingen bij met raadgevende stem.

Artikel 50 Voorzitterschap

De rector is voorzitter van de Bijzondere Academische Raad.

Top

Hoofdstuk VI. Het Gemeenschappelijk Bureau

Het Gemeenschappelijk Bureau oefent het dagelijkse bestuur van de Universiteit uit. Het is verantwoordelijk voor de administratieve coördinatie van de bestuursorganen. Het bereidt, als Gemeenschappelijk Bureau van de Raad van Bestuur en de Academische Raad, de vergaderingen van de Inrichtende Overheid, de Raad van Bestuur, de Academische Raad, de Bijzondere Academische Raad en de Universiteitsraad voor. Het kan van de Raad van Bestuur bijkomende opdrachten krijgen.

Afdeling 1. Bevoegdheden

Artikel 51 Bevoegdheden

51.1. Bevoegdheden ten aanzien van de KU Leuven

  1. Het Gemeenschappelijk Bureau staat in voor het ontwerpen van het beleid en voor de opstelling van een concept strategisch meerjarenplan KU Leuven op basis van de strategische deelplannen.
  2. Het is verantwoordelijk voor de administratieve coördinatie, voor de inhoudelijke voorbereiding van de vergaderingen van de Inrichtende Overheid, de Raad van Bestuur, de Academische Raad, de Bijzondere Academische Raad en de Universiteitsraad, en voor de uitvoering van hun beslissingen m.b.t. de Universiteit.
  3. Het stelt het geïntegreerd jaarverslag voor de KU Leuven op en het rapporteert over de uitvoering van het strategisch plan.
     

51.2. Bevoegdheden ten aanzien van de Universiteit

  1. Het bereidt ter goedkeuring door de Academische Raad de strategische visies en beleidsbeslissingen voor betreffende academisch onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke en maatschappelijke dienstverlening, met inachtneming van de bevoegdheden van de Bestuurscomités UZ Leuven en LRD, en staat vervolgens in voor de uitvoering ervan. Het stelt daartoe een concept strategisch plan van de Universiteit op.
  2. Het is verantwoordelijk voor het dagelijkse bestuur van de Universiteit en neemt daartoe alle nodige initiatieven en beslissingen; het staat in voor de afstemming met de UZ Leuven en LRD.
  3. Het staat in voor de opmaak van de begroting en de rekeningen van de Universiteit.
  4. Het ziet toe op werking van de interne kwaliteits-, risicobeheersings- en controlesystemen.
  5. Het sluit overeenkomsten af met de andere universiteiten, de hogescholen, de onderzoeksinstellingen, de Associatie KU Leuven vzw en met de “Katholieke Universiteit Leuven - Université catholique de Louvain” of vult ze in. Voor het afsluiten van overeenkomsten met een voor de KU Leuven algemeen strategisch belang legt het Gemeenschappelijk Bureau een voorstel van beslissing aan de Raad van Bestuur voor.
  6. Het bekrachtigt de dienstverleningsovereenkomsten die de algemeen beheerder afsluit over de dienstverlening die de Universiteit aan de UZ Leuven, LRD en eventuele derde partijen biedt.
  7. Het oefent de rechtsvorderingen ten verzoeke van de Universiteit uit, onverminderd de bevoegdheid van de Bestuurscomités UZ en LRD.
  8. Het stelt de leden van het assisterend en bijzonder academisch personeel aan die niet tot een groep behoren, en de leden van het onderzoekskader.
  9. Het benoemt of stelt de leden van het administratief en technisch personeel van niveau A aan, onverminderd art. 29 van dit reglement.
  10. Het is bevoegd voor het oplossen van de geschillen in en tussen de groepen en de diensten.

 

Afdeling 2. Samenstelling, voorzitterschap en duur van het mandaat

Artikel 52 Samenstelling

52.1. Het Gemeenschappelijk Bureau bestaat uit:

  • de rector, tevens voorzitter;
  • de vicerectoren Humane Wetenschappen, Wetenschap & Technologie en Biomedische Wetenschappen;
  • de vicerector bevoegd voor Kulak;
  • ten hoogste vier vicerectoren belast met het onderzoeksbeleid, het onderwijsbeleid, het studentenbeleid en het internationaliseringsbeleid;
  • de algemeen beheerder;
  • de academisch beheerders.

Andere bevoegdheden, zoals de coördinatie van de academische opleidingen op de externe campussen, het diversiteitsbeleid en het beleid inzake academisch personeel kunnen aan een lid van het Gemeenschappelijk Bureau worden toegewezen.

52.2. Een student-lid van de Raad van Bestuur neemt, overeenkomstig het medebestuursmodel waartoe in uitvoering van de bepalingen van het decreet van 19 maart 2004 betreffende de rechtspositieregeling van de student, de medezeggenschap in het hoger onderwijs, de integratie van bepaalde afdelingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de partnerhogescholen en de begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen is beslist, deel aan de vergaderingen van het Gemeenschappelijk Bureau, uitgezonderd voor personalia.

52.3. De directeur-generaal van de Rectorale Diensten en de directeur van de Stafdiensten Algemeen Beheer in de hoedanigheid van secretaris.

Artikel 53 Duur van het mandaat

53.1 Het beëindigen van het mandaat van de rector heeft ook het einde van het mandaat van de leden van het Gemeenschappelijk Bureau tot gevolg, met uitzondering van het mandaat van de algemeen beheerder. Totdat het Gemeenschappelijk Bureau opnieuw is samengesteld, blijven de uittredende leden van het Gemeenschappelijk Bureau verder in functie.

53.2. Duur van het mandaat in het Gebu

Het aantal mandaten van elk vier jaar dat door Gebuleden kan ingevuld worden is:

  • onbeperkt voor de algemeen beheerder, conform artikel 69 van dit reglement;
  • beperkt tot drie waarvan maximaal twee in dezelfde functie voor vicerectoren en academisch beheerders.

De rector kan maximaal twee rectorsmandaten opnemen, onafgezien van eventuele andere opgenomen of op te nemen Gebumandaten.

Artikel 54 Voorzitterschap

De rector is voorzitter van het Gemeenschappelijk Bureau.

Afdeling 3. Werking

Artikel 55 Consensusbesluit

Het Gemeenschappelijk Bureau beslist bij consensus. Als geen consensus wordt bereikt, legt de rector het voorstel van beslissing voor aan de Raad van Bestuur, die beslist.

Top

Hoofdstuk VII. De Universiteitsraad

De Universiteitsraad is het orgaan voor rechtstreeks contact en overleg tussen de Raad van Bestuur en de Academische Raad.

Afdeling 1. Bevoegdheden

Artikel 56 Bevoegdheden

De Universiteitsraad geeft advies over het profiel van de voorzitter en de leden van de Raad van Bestuur, met uitzondering van de rector die verkozen wordt.

De Universiteitsraad adviseert over het opstellen en wijzigen van de verklaring over opdracht en identiteit en de algemene strategische visie, het opstellen en wijzigen van het organiek reglement; en de aanwijzing van de leden die namens de KU Leuven zetelen in de Inrichtende Overheid en de voorstellen tot benoeming van de externe leden van de Raad van Bestuur.

De Universiteitsraad krijgt eenmaal per jaar een verslag over de stand van zaken van de beleidsplannen van de Universiteit, met inbegrip van de ondersteuning door de diensten van het Algemeen beheer, over de stand van zaken van de beleidsplannen van de UZ Leuven, over de stand van zaken van de beleidsplannen van LRD en over de stand van zaken van beleidsplannen van de Associatie KU Leuven vzw.

De Universiteitsraad is het overlegorgaan van de Raad van Bestuur en de Academische Raad; hij bespreekt alle materies van gemeenschappelijk belang en formuleert adviezen met een gewone meerderheid van zowel de leden behorende tot de Raad van Bestuur als tot de Academische Raad.

Afdeling 2. Samenstelling, voorzitterschap en werking

Artikel 57 Samenstelling en voorzitterschap

De Universiteitsraad bestaat uit de leden van de Raad van Bestuur en de leden van de Academische Raad. De rector is voorzitter van de Universiteitsraad.

Artikel 58 Vergaderfrequentie

De Universiteitsraad vergadert ten minste eenmaal per jaar.

Top

Hoofdstuk VIII. De rector

Afdeling 1. Bevoegdheid

Artikel 59 Bevoegdheid

59.1. Algemeen

De rector representeert de KU Leuven en haar gemeenschap, zowel intern als extern.

De rector beschikt voor de KU Leuven over de organieke vertegenwoordigingsmacht in en buiten rechte zoals bepaald in artikel 1.2.

59.2. In relatie tot de Inrichtende Overheid

De rector woont de vergaderingen van de Inrichtende Overheid bij met raadgevende stem.

De rector kan punten op de agenda laten plaatsen van een vergadering van de Inrichtende Overheid en om de bijeenroeping van een buitengewone vergadering van de Inrichtende Overheid verzoeken.

Bij vergaderingen over de benoeming en het ontslag van een vicerector, de algemeen beheerder, de voorzitter van het Bestuurscomité UZ Leuven en de gedelegeerd bestuurders UZ Leuven en LRD kan de Inrichtende Overheid enkel beslissen in overleg met de (verkozen) rector. Bij vergaderingen over het ontslag van de voorzitter van de Raad van Bestuur kan de Inrichtende Overheid enkel beslissen wanneer de rector aanwezig is en gehoord wordt.

Bij benoemingen bij gebrek aan voordracht binnen de daartoe voorziene termijn van kandidaat-leden voor het Gemeenschappelijk Bureau, voor de algemeen beheerder, de voorzitter van het Bestuurscomité UZ Leuven, de voorzitter van het Bestuurscomité LRD en de gedelegeerd bestuurders van UZ Leuven of LRD moet de (verkozen) rector gehoord worden.

Voor beslissingen over ontslag of schorsing van de rector hoort de Inrichtende Overheid de rector op diens verzoek.

59.3. In relatie tot de Raad van Bestuur

De rector maakt qualitate qua deel uit van de Raad van Bestuur. In deze Raad heeft de rector een bijzondere verantwoordelijkheid voor de evaluatie en het stimuleren van het strategisch plan van de KU Leuven, inclusief de deelplannen, voor het academisch onderwijs, het wetenschappelijk onderzoek, de academische wetenschappelijke en maatschappelijke dienstverlening in de Universiteit, de UZ Leuven en LRD.

De rector kan aan de agenda van een volgende vergadering van de Raad van Bestuur of ter zitting agendapunten laten toevoegen en een buitengewone vergadering van de Raad van Bestuur laten samenroepen. Op verzoek van de rector kan een agendapunt tot een volgende vergadering worden verdaagd.

De rector kan eenzelfde punt slechts eenmaal laten verdagen.

De rector kan te allen tijde een tussentijdse evaluatie vragen van het functioneren van de leden van het Gemeenschappelijk Bureau, de voorzitter van het Bestuurscomité en de gedelegeerd bestuurder van de UZ Leuven, en de voorzitter van het Bestuurscomité en de gedelegeerd bestuurder van LRD. De rector kan voor deze functiehouders aan de in art. 10 en 27 bepaalde en bevoegde organen voorstellen hen bij wijze van voorlopige maatregel te schorsen of hen te ontslaan.

59.4. In de Universiteit

De rector is voorzitter van de Academische Raad, de Bijzondere Academische Raad, het Gemeenschappelijk Bureau en de Universiteitsraad, legt als voorzitter de agenda van die vergaderingen vast en roept ze samen.

De rector heeft het initiatiefrecht betreffende de samenstelling van het Gemeenschappelijk Bureau, onverminderd art. 67. Alvorens voorstellen te formuleren moet de rector overleg plegen met de Raad van Bestuur en de Academische Raad.

De rector geeft leiding aan het Gemeenschappelijk Bureau en is, samen met de andere leden van het Gemeenschappelijk Bureau, verantwoordelijk voor de voorbereiding en de uitvoering van het beleid van de Universiteit.

De rector en/of één door de rector aangewezen lid van het Gemeenschappelijk Bureau kunnen te allen tijde de vergaderingen van de in dit reglement vermelde bestuursorganen van de Universiteit, waarin zij uit hoofde van het mandaat dat ze bekleden geen zitting hebben, met raadgevende stem bijwonen, met uitzondering van de vergaderingen van de Inrichtende Overheid, onverminderd artikel 15.2 van dit reglement.

Afdeling 2. Verkiezing, benoeming en duur van het mandaat

Artikel 60 Verkiesbaarheidsvoorwaarden

De kandidaten voor de verkiezing van het mandaat van rector zijn op het ogenblik van hun kandidaatstelling gewoon hoogleraar of buitengewoon hoogleraar voltijds verbonden aan de KU Leuven. Kandidaten moeten de verklaring over opdracht en identiteit, de algemene strategische visie, het organiek reglement en andere reglementen van de KU Leuven onderschrijven.

Artikel 61 Kiesgerechtigden

Voor de verkiezing van een kandidaat voor het mandaat van rector zijn stemgerechtigd: alle leden van het zelfstandig academisch personeel die voor ten minste 80% verbonden zijn aan de KU Leuven, evenals de buitengewoon hoogleraren met ten minste een halftijdse opdracht aan de KU Leuven; voor de verkiezing vormen de hier genoemde leden van het zelfstandig academisch personeel ten minste twee derde van het kiescollege. De samenstelling van het resterende derde van het kiescollege wordt geregeld in het verkiezingsreglement dat de Academische Raad vastlegt.

Artikel 62 Modaliteiten verkiezingen

De modaliteiten betreffende de verkiezing worden voorgesteld door de Academische Raad en goedgekeurd door de Raad van Bestuur.

Artikel 63 Duur van het mandaat

De verkozen kandidaat voor het mandaat van rector wordt, op voordracht van de Raad van Bestuur, door de Inrichtende Overheid tot rector benoemd voor een termijn van vier jaar.

Niemand mag het mandaat van rector meer dan acht jaar uitoefenen.

Top

Hoofdstuk IX. De algemeen beheerder

Afdeling 1. Bevoegdheid

Artikel 64

De algemeen beheerder is verantwoordelijk voor de algemene, logistieke, administratieve en financiële organisatie van de Universiteit, houdt toezicht op de personeelsformatie en is belast met de uitvoering van het beleid ter zake.

De algemeen beheerder beschikt voor de KU Leuven over de organieke vertegenwoordigingsmacht in en buiten rechte zoals bepaald in artikel 1.2.

Artikel 65

De algemeen beheerder waakt in opdracht van de Raad van Bestuur over het financiële beleid en het financiële evenwicht van de KU Leuven, onverminderd artikel 89 van dit reglement, en rapporteert financiële problemen onverwijld rechtstreeks aan de Raad van Bestuur.

Artikel 66

De algemeen beheerder is lid van het Gemeenschappelijk Bureau en oefent de bevoegdheden overeenkomstig artikel 65 in overleg met het Gemeenschappelijk Bureau uit.

Afdeling 2. Aanstelling, evaluatie en duur van het mandaat

Artikel 67 Benoeming

De algemeen beheerder wordt door de externe leden van de Raad van Bestuur, na advies van de Academische Raad en na de rector te hebben gehoord, aan de Inrichtende Overheid ter benoeming voorgedragen.

Bij een eerste benoeming richten de externe leden van de Raad van Bestuur een zoekcomité op en organiseren het extern assessment.

Artikel 68 Evaluatie

Tijdens het laatste jaar van elke mandaattermijn wordt de algemeen beheerder door de Inrichtende Overheid geëvalueerd. De Inrichtende Overheid vraagt daartoe advies aan de rector, de Raad van Bestuur en de Academische Raad.

Artikel 69 Duur van het mandaat

De algemeen beheerder wordt benoemd voor hernieuwbare periodes van ten hoogste vier jaar. Indien het mandaat van de algemeen beheerder eindigt in hetzelfde academiejaar als het mandaat van de rector, kan de Inrichtende Overheid het mandaat van de algemeen beheerder met één jaar verlengen.
Indien de algemeen beheerder aan de rectorverkiezingen wenst deel te nemen, moet hij/zij uiterlijk op 1 augustus van het jaar dat aan de verkiezingen voorafgaat, ontslag nemen als algemeen beheerder. Indien het mandaat van de rector een einde neemt vóór de vastgelegde termijn, kan de Inrichtende Overheid een afwijking van dit voorschrift toestaan.

Top

Hoofdstuk X. De bestuursorganen van de groepen

Afdeling 1. Het Groepsbestuur

Onderafdeling 1. Bevoegdheid

Artikel 70 Bevoegdheid

70.1. Algemeen

Het Groepsbestuur ontwikkelt het beleid van de groep binnen de bevoegdheden gedelegeerd door de Raad van Bestuur, de Academische Raad en het Gemeenschappelijk Bureau.
Het stelt daarvoor een meerjarengroepsbeleidsplan op dat aan het Gemeenschappelijk Bureau en de Academische Raad wordt voorgelegd. Het is verantwoordelijk voor het dagelijkse bestuur van de groep en voor de voorbereiding, de coördinatie en de uitvoering van het beleid.

Het legt samen met de faculteiten en de departementen de streefdoelen vast betreffende de uitvoering van onderwijsopdrachten, onderzoeksprestaties en wetenschappelijke dienstverlening en evalueert de uitvoering ervan.

Het verdeelt de aan de groep uit de eerste geldstroom toegewezen werkingsmiddelen voor onderwijs, onderzoek en de groepsdiensten over de onderliggende eenheden.

Het wijst de aan de groep toegekende ruimte toe aan de faculteiten en de departementen.

Het legt de prioriteiten vast op het vlak van investeringen binnen de groep.

Het is verantwoordelijk voor de wijzigingen aan het organigram binnen de groep. Het kan ad hoc overlegorganen oprichten met een specifieke opdracht, onverminderd artikel 76bis.

Het beslecht geschillen binnen de groep. Bij blijvende geschillen beslist het Gemeenschappelijk Bureau, overeenkomstig artikel 51.2 van dit reglement.

70.2. Groepsreglement

Het Groepsbestuur stelt een groepsreglement op dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de Academische Raad.

70.3. Faculteits- en departementsoverschrijdende activiteiten en diensten

Het Groepsbestuur is verantwoordelijk voor de faculteits- en departementsoverschrijdende activiteiten binnen de groep.

Het houdt toezicht op de groepsdiensten.

70.4. Personeelsbeleid

Het Groepsbestuur oefent, ten aanzien van het academisch personeel, de bevoegdheden uit zoals bepaald in het reglement van het academisch personeel.

Het keurt profielvacatures voor zelfstandig academisch personeel goed zoals bepaald in het reglement academisch personeel en kan profielvacatures uitschrijven voor departements- of faculteitsoverschrijdende materies.

Het beslist over de aanstelling van de leden van het administratief en technisch personeel van niveau B, C, en D binnen de groep.

70.5. Bevoegdheden t.o.v. faculteiten, departementen en entiteiten met bijzondere opdrachten

Het Groepsbestuur keurt de oprichting goed van departementen, entiteiten met bijzondere opdrachten en onderverdelingen daarbinnen.

Het keurt de facultaire en departementale reglementen goed.

Het evalueert periodiek de beleidsplannen van faculteiten en departementen.

Het organiseert in de groepen Wetenschap & Technologie en Biomedische Wetenschappen ten minste tweemaal per jaar overleg tussen het Groepsbestuur en de departementsvoorzitters, waarop het onderzoeksbeleid besproken wordt. Een overlegvergadering kan door het minimum quorum zoals bepaald in het groepsreglement worden samengeroepen. De agenda kan punten bevatten betreffende het onderzoek, de aanlevering van de onderwijscapaciteit en de integratie van beide, en betreffende het personeelsbeleid, voor zover zij tot de bevoegdheid van het Groepsbestuur behoren.

70.6. Bevoegdheden op het vlak van onderwijs

Het Groepsbestuur beslist over voorstellen van de faculteitsraden of andere organen zoals bepaald in het groepsreglement die betrekking hebben op de onderwijsprogramma's en op de organisatie en de evaluatie van het onderwijs. Het Groepsbestuur bekrachtigt de toewijzing van de onderwijsopdrachten.

Het beslist over interfacultaire onderwijsvoorstellen die onder supervisie van en in onderling overleg tussen de decanen zijn uitgewerkt.

Het kan faculteitsoverschrijdende onderwijsprogramma’s inrichten.

Het kan een permanente onderwijscommissie of meerdere permanente onderwijscommissies op groepsniveau organiseren voor faculteitsoverschrijdende opleidingen.

70.7. Bevoegdheden t.o.v. de vicerector Kulak en de academisch beheerders

Het Groepsbestuur staat in overleg met de vicerector bevoegd voor Kulak en de academisch beheerders mede in voor en coördineert de onderwijsverstrekking en het onderzoek op respectievelijk de Kulak en de campussen van de partnerhogescholen.

Het bepaalt in welke organen van de groep of van zijn onderdelen leden van Kulak of de andere campussen aanwezig kunnen zijn. De vicerector bevoegd voor Kulak en de academisch beheerders  kunnen het Groepsbestuur vragen punten die betrekking hebben op Kulak of de campussen van de partnerhogescholen te behandelen en erover gehoord te worden.

70.8. Delegaties

De bevoegdheden vermeld in dit artikel kunnen in het groepsreglement, zoals goedgekeurd door de Academische Raad, gedelegeerd worden aan individuele leden van het Groepsbestuur, de faculteiten of departementen of entiteiten met bijzondere opdrachten.

Onderafdeling 2. Samenstelling en duur

Artikel 71 Samenstelling

71.1. Stemgerechtigde Leden

Het Groepsbestuur bestaat uit ten minste zes en ten hoogste dertien stemgerechtigde leden.

Zijn uit hoofde van het mandaat dat zij bekleden lid van het Groepsbestuur:

71.1.1. de vicerector van de betrokken groep;

71.1.2. de decanen van de betrokken groep;

71.1.3. de coördinator onderzoek van de betrokken groep, die door het Groepsbestuur, in voorkomend geval na overleg met de departementsvoorzitters, wordt aangesteld. De precieze aanstellingsmodaliteiten en bevoegdheden worden bepaald in het groepsreglement. De coördinator onderzoek kan ook directeur zijn van de Doctoral School.

71.1.4. de groepsbeheerder van de betrokken groep. De precieze aanstellingsmodaliteiten en bevoegdheden worden bepaald in het groepsreglement.

71.1.5. voor de groep Biomedische Wetenschappen: de gedelegeerd bestuurder U.Z. Leuven.

71.1.6. In het Groepsbestuur worden een student en een vertegenwoordiger van het assisterend en bijzonder academisch personeel opgenomen die voor de betrokken groep lid zijn van de Academische Raad. Zij nemen niet deel aan beraadslagingen en beslissingen met betrekking tot personalia.

71.2. Leden met raadgevende stem

Een verkozen vertegenwoordiger van het administratief en technisch personeel.

Onderafdeling 3. Werking

Artikel 72 Besluitvorming

Het Groepsbestuur beslist bij consensus. Als er geen consensus wordt bereikt, legt de vicerector het voorstel van beslissing voor aan het Gemeenschappelijk Bureau, dat beslist.

Afdeling 2. Bijzonder Groepsbestuur

Onderafdeling 1. Bevoegdheid

Artikel 73 Bevoegdheid

Het Bijzonder Groepsbestuur adviseert bij de benoeming, aanstelling en bevordering van leden van het zelfstandig academisch personeel van de betrokken groep aan de Bijzondere Academische Raad.

Het beoordeelt de voorstellen voor profiel- en vakvacatures en maakt ze met zijn advies over aan de Bijzondere Academische Raad.

Het bespreekt de adviezen van beoordelingscommissies en doet voorstellen van benoemingen en bevordering van zelfstandig academisch personeel aan de Bijzondere Academische Raad.

Het doet aan de Bijzondere Academische Raad voorstellen betreffende de jaarlijkse selectie van het zelfstandig academisch personeel in de context van het Bijzonder onderzoeksfonds en andere specifieke financieringsmechanismen.

Onderafdeling 2. Samenstelling en voorzitterschap

Artikel 74 Samenstelling

Het Bijzonder Groepsbestuur is samengesteld uit de leden van het Groepsbestuur die behoren tot het zelfstandig academisch personeel.

De vicerectoren verantwoordelijk voor het onderwijs- en onderzoeksbeleid zijn lid van het Bijzonder Groepsbestuur. De vicerectoren van de andere groepen, de vicerector Kulak en de academisch beheerders worden op de vergaderingen uitgenodigd als waarnemende leden.

Artikel 75 Voorzitterschap

De vicerector van de betrokken groep zit de vergaderingen van het Bijzonder Groepsbestuur voor.

Top

Hoofdstuk XI. De bestuursorganen van Kulak en de bestuursorganen en functiehouders verantwoordelijk voor de KU Leuven opleidingen op de campussen van de partnerhogescholen

Afdeling 1. Kulak

Artikel 76

76.1. De eigen bestuursorganen van Kulak zijn:

  1. de vicerector bevoegd voor Kulak;
  2. het Bestuurscomité Kulak;
  3. het Directiecomité Kulak;
  4. de Kulakraad;
  5. de subfaculteiten Humane Wetenschappen van Kulak, de Wetenschap & Technologie groep Kulak en de Biomedische Wetenschappen groep Kulak, en hun Raden.

De bepalingen betreffende de subfaculteiten Humane Wetenschappen Kulak, de Wetenschap & Technologie groep Kulak en de Biomedische Wetenschappen groep Kulak worden verbijzonderd in het specifiek reglement zoals beschreven in artikel 76.6. van dit reglement; hetzelfde geldt voor de structuren van de campussen die integreren in Kulak.

Zij oefenen hun opdrachten uit in delegatie van de Raad van Bestuur, de Academische Raad en het Gemeenschappelijk Bureau.

76.2. De vicerector bevoegd voor Kulak staat in voor de voorbereiding en de uitvoering van het overeenkomstig dit reglement bepaalde beleid van Kulak. De vicerector is, als lid van het Gemeenschappelijk Bureau, verantwoordelijk voor de voorbereiding en uitvoering van het beleid betreffende studenten, onderwijs, internationalisering, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening aan Kulak. Hij/zij zit de Kulakraad voor.

76.3. Het Bestuurscomité Kulak bestaat uit:

  1. de vicerector bevoegd voor Kulak;
  2. de algemeen beheerder;
  3. drie leden van het zelfstandig academisch personeel, één uit elke groep en met een hoofdopdracht aan Kulak;
  4. door de Raad van Bestuur aangewezen leden die geen personeelslid zijn van de Universiteit, waarbij erover gewaakt wordt dat hieronder ook leden behoren die in het bestuur participeren van regionale partners in de Associatie KU Leuven vzw;
  5. een vertegenwoordiging van de studenten zoals verder gepreciseerd in het Bijzonder Reglement voor Kulak.

De onder 4° genoemde leden moeten ten minste de helft uitmaken van het aantal leden van het Bestuurscomité.

De voorzitter van het Bestuurscomité Kulak wordt door de Raad van Bestuur aangewezen onder de onder 4° genoemde leden.

Het Bestuurscomité Kulak staat in opdracht van de Raad van Bestuur in voor het goedkeuren van de ontwerpbegroting zoals voorgesteld door het Directiecomité Kulak, inclusief het beheer van de middelen en het definiëren van de infrastructuurwerken, en het toezicht op de uitvoering van het gevoerde beleid.

Voor specifieke beleidsaspecten worden de coördinatoren verantwoordelijk voor studenten, onderwijs, internationalisering en onderzoek van Kulak en de vicerectoren van de groepen uitgenodigd.

76.4. Het Directiecomité Kulak is samengesteld uit de leden van de Kulakraad die behoren tot het zelfstandig academisch personeel.

Het wordt voorgezeten door de vicerector bevoegd voor Kulak.

Het Directiecomité Kulak is verantwoordelijk voor de administratieve coördinatie, voor de inhoudelijke voorbereiding van de vergaderingen van de Kulakraad en het Bestuurscomité Kulak en voor de uitvoering van hun beslissingen.

Het behandelt alle financiële aangelegenheden en personalia, zoals uitgewerkt in het bijzonder reglement Kulak.

76.5. De Kulakraad

76.5.1. De samenstelling van de Kulakraad wordt vastgelegd in het Bijzonder reglement Kulak.

76.5.2. De Kulakraad adviseert de vicerector over het beleidsplan, inclusief de aspecten m.b.t. de studenten, het onderwijs, het wetenschappelijk onderzoek en de wetenschappelijke dienstverlening binnen de beleidslijnen vastgesteld door de Academische Raad en in voorkomend geval door de groepen, faculteiten en departementen en overeenkomstig de regels nader bepaald in het bijzonder reglement genoemd in artikel 76.6.

76.6. De Raad van Bestuur bepaalt, na advies van de Kulakraad, van het Bestuurscomité Kulak en van de Academische Raad, in een bijzonder reglement nader de regels voor de samenstelling van het Bestuurscomité, de Kulakraad, het Directiecomité Kulak en de subfaculteiten Humane Wetenschappen Kulak, de Wetenschap & Technologie goep Kulak en de Biomedische Wetenschappen groep Kulak, voor de uitoefening van hun bevoegdheden en voor de interne organisatie van Kulak.

Afdeling 2. De bestuursorganen en functies verantwoordelijk voor de KU Leuven opleidingen op de campussen van de partnerhogescholen

76bis. De bestuursorganen zijn:  

  • Het Bestuurscomité
  • De academisch beheerder
  • De Raad voor Academische Opleidingen

Deze bestuursorganen oefenen hun opdrachten uit in delegatie van de Raad van Bestuur, de Academische Raad en het Gemeenschappelijk Bureau.

Onderafdeling 1. Het Bestuurscomité

76ter. Bevoegdheden

1. Het Bestuurscomité treedt voor de gedelegeerde bevoegdheden op als toeziende partij op de campus van de partnerhogeschool.

2. Het Bestuurscomité ziet toe op de correcte uitvoering van deze gedelegeerde bevoegdheden, en op de uitwerking en stimulering van de dwarsverbanden tussen de professionele en de Kunstenopleidingen van de partnerhogescholen en de academische opleidingen van de KU Leuven.

3. Het Bestuurscomité (in vergadering zonder de academisch beheerder) geeft advies over de aanstelling van de academisch beheerder door de KU Leuven, en zal hem voor benoeming tot lid van het Directiecomité voordragen.

4. Het Bestuurscomité kan conform artikel 13.2. van dit reglement bij de Inrichtende Overheid een procedure van conflictbeslechting opstarten over een betwisting over de uitvoering van haar gedelegeerde bevoegdheden, nadat alle andere beschreven interne procedures tot bemiddeling gefaald hebben.

76quater. Samenstelling

Het Bestuurscomité is samengesteld uit:

1. Leden van de Raad van Bestuur van de partnerhogeschool;

2. Voor zover zij geen lid zijn van de Raad van Bestuur van de partnerhogeschool:

2.1. de academisch beheerder;

2.2. een bijkomend lid van het universiteitsbestuur, gedelegeerd door de Raad van Bestuur van de KU Leuven;

2.3. de studenten conform de bepalingen van het participatiedecreet;

2.4. in voorkomend geval kunnen ook leden bedoeld in artikel 76.3 lid zijn.

76quinquies. De voorzitter van de Raad van Bestuur van de partnerhogeschool is voorzitter van het Bestuurscomité tenzij anders bepaald in de samenwerkingsovereenkomst.

Onderafdeling 2. De academisch beheerder

76sexties. Bevoegdheden

  1. De academisch beheerder is, in overleg met de andere leden van het universiteitsbestuur, verantwoordelijk voor de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van het beleid inzake de academische opleidingen van de KU Leuven;
  2. is daarvoor lid van het Gebu, de Academische Raad en de Bijzondere Academische Raad, en waar van toepassing van de Bijzondere Groepsbesturen;
  3. doet voorstellen inzake onderwijs, onderzoek, studentenaangelegenheden, maatschappelijke dienstverlening, internationalisering, …, aan de bestuursorganen van de universiteit waarvan hij/zij lid is, en geeft daartoe functioneel leiding aan de diensten die instaan voor de academische opleidingen, zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de decanen, diensthoofden, vicerectoren en algemeen beheerder van de universiteit, die de hiërarchische verantwoordelijkheid dragen;
  4. vertegenwoordigt in de regionale context de academische opleidingen naar buiten toe, onverminderd de bepalingen opgenomen in artikel 1;
  5. zit de Raad voor de Academische Opleidingen voor;
  6. is voor de uitoefening van zijn functies ‘op locatie’ lid van het Bestuurscomité en van het Directiecomité van de partnerhogeschool.


76septies. Aanstelling

De academisch beheerder, lid van het zelfstandig academisch personeel van de KU Leuven, wordt door de (verkozen) rector na advies van de Universiteitsraad aan de Raad van Bestuur van de KU Leuven voorgedragen voor benoeming tot lid van het Gebu, en belast met de functie van academisch beheerder. Vooraleer tot deze voordracht over te gaan wint de (verkozen) rector over een voorgenomen benoeming het advies in van het Bestuurscomité,  van de gedelegeerd bestuurder van de partnerhogeschool, en van een in het huishoudelijk reglement vastgestelde representatieve vertegenwoordiging van de Raad voor Academische Opleidingen.

Onderafdeling 3. De Raad voor Academische Opleidingen

76octies. Bevoegdheden

De Raad geeft advies aan de academisch beheerder. Deze Raad kan in zijn schoot een Bureau oprichten.

76nonies. Samenstelling

Het huishoudelijk reglement van de Raad voor Academische Opleidingen bepaalt hoe de vertegenwoordiging van de leden van het zelfstandig academisch personeel, het onderwijzend personeel uit het integratiekader, de leden van het assisterend en bijzonder academisch personeel, de leden van het administratief en technisch personeel en een vertegenwoordiging van de studenten van de academische opleidingen geregeld wordt. Wat de toepassing van het participatiedecreet voor de studenten betreft blijft de keuze die de studenten van de KU Leuven maakten voor het model van medebestuur gelden. Dit reglement wordt goedgekeurd door de Academische Raad van de KU Leuven, die toeziet op een zekere uniformiteit. De academisch beheerder ontwerpt het voorstel van reglement, inbegrepen een procedure voor herziening ervan.

Top

Hoofdstuk XII. De bestuursorganen van de faculteiten, departementen en de andere onderdelen van de Universiteit

Afdeling 1. De faculteiten

Artikel 77 De faculteiten

Er zijn vijftien faculteiten:

  1. de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen;
  2. het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte;
  3. de Faculteit Rechtsgeleerdheid;
  4. de Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen;
  5. de Faculteit Sociale Wetenschappen;
  6. de Faculteit Geneeskunde;
  7. de Faculteit Letteren;
  8. de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen;
  9. de Faculteit Wetenschappen;
  10. de Faculteit Ingenieurswetenschappen;
  11. de Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen;
  12. de Faculteit Farmaceutische Wetenschappen;
  13. de Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen;
  14. de Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen;
  15. de Faculteit Architectuur.

Onverminderd artikel 14 van het organiek reglement kan de Academische Raad nieuwe faculteiten oprichten en bestaande faculteiten afschaffen of samenvoegen. Hij meldt dit aan de Inrichtende Overheid.

Het statuut en de organisatie van de Bijzondere faculteit Kerkelijk Recht wordt geregeld in een bijzonder reglement.

Alle leden van het zelfstandig academisch personeel behoren tot een van deze faculteiten. De Bijzondere Academische Raad wijst de leden van het zelfstandig academisch personeel toe aan een faculteit.

De organen van de faculteiten zijn: het Faculteitsbestuur, de Faculteitsraad en de decaan.

In die groepen waar het groepsreglement niet in een departementale structuur voorziet, neemt het Faculteitsbestuur ook de bevoegdheden van het Departementsbestuur over.

Artikel 78 Het Faculteitsbestuur

78.1. Algemeen

Het Faculteitsbestuur oefent zijn bevoegdheden uit in delegatie van de Academische Raad, het Gemeenschappelijk Bureau en het Groepsbestuur.

78.2. Bevoegdheden inzake onderwijs

Het Faculteitsbestuur is verantwoordelijk voor het onderwijs, organiseert het en bewaakt de kwaliteit ervan overeenkomstig de onderwijsreglementering zoals goedgekeurd door de Academische Raad.

Het is verantwoordelijk voor het onderwijsaanbod en de profilering ervan.

Het is verantwoordelijk voor de onderwijsinrichting en de praktische organisatie.

Het is verantwoordelijk voor de opleidingsgebonden studentenaangelegenheden.

Het bepaalt de opdracht, de samenstelling en de werking van de Permanente Onderwijscommissies.

Het coördineert de onderwijsevaluaties, onder meer via de Permanente Onderwijscommissies.

Het wijst de onderwijsopdrachten toe na overleg met de betrokken programmadirecteur(s) en met de departementsvoorzitter(s), overeenkomstig de bepalingen opgenomen in het Reglement betreffende het academisch personeel.

Het Faculteitsbestuur legt een beleidsplan inzake onderwijs voor aan het Groepsbestuur.

Voor onderwijs beschikt het Faculteitsbestuur over middelen die haar door het Groepsbestuur volgens het intragroepallocatiemodel zijn toegewezen.

In de groepen waar departementen worden georganiseerd, wordt aan de Departementsbesturen een gedeelte van de personeelsmiddelen toegekend voor het verlenen van doceercapaciteit. Daarom betrekt het Faculteitsbestuur de betrokken Departementsbesturen actief en structureel bij de onderwijsorganisatie. Dit kan o.m. door vertegenwoordiging van departementsvoorzitters binnen het Faculteitsbestuur en/of regelmatig overleg tussen de betrokken (vice)decanen en de departementsvoorzitters. Met het oog op de agendering op vergaderingen van het Groepsbestuur overleggen de departementsvoorzitters van hun kant met de betrokken deca(a)n(en) over de onderwijskundige aspecten van de departementale beleidsplannen en de departementale profielvacatures.

78.3. Overige bevoegdheden

Het Faculteitsbestuur is verantwoordelijk voor de verdeling van de aan de faculteit toegewezen middelen uit de eerste geldstroom en van de ruimte waarover zij voor de facultaire bevoegdheden beschikt.

Het stelt een facultaire begroting op en heeft hierover regelmatig overleg met het Groepsbestuur.

Het is verantwoordelijk voor de facultaire internationale contacten, de contacten met het relevante ‘werkveld’ en de alumni, evenals voor de facultaire informatie- en rekruteringsactiviteiten.

Het is verantwoordelijk voor de facultaire maatschappelijke dienstverlening.

78.4. Samenstelling

De samenstelling van het Faculteitsbestuur wordt bepaald door het facultaire reglement.

De decaan is lid en voorzitter van het Faculteitsbestuur.

Een of meer studenten zijn lid van het Faculteitsbestuur, overeenkomstig het participatiedecreet, voor hernieuwbare mandaattermijnen van één jaar met een maximale totale duur van vier jaar. De student(en) neemt (nemen) niet deel aan de beraadslagingen en beslissingen over personalia.

Een vertegenwoordiger van het assisterend en bijzonder academisch personeel en een vertegenwoordiger van het administratief en technisch personeel zijn lid, uitgezonderd voor personalia. De eerste is lid voor een eenmaal onmiddellijk hernieuwbare mandaattermijn van twee jaar.

78.5. Werking

Het Faculteitsbestuur stelt een facultair reglement op, en legt het ter goedkeuring voor aan het Groepsbestuur.

Artikel 79 De Faculteitsraad

79.1. De Faculteitsraad is samengesteld uit de leden van het zelfstandig academisch personeel van de faculteit die voor minimum 80% aan de KU Leuven zijn verbonden, de onderzoeksmanagers van niveau 3, een vertegenwoordiging van het deeltijds zelfstandig academisch personeel, en een vertegenwoordiging van de studenten conform het participatiedecreet (voor een hernieuwbare mandaattermijn van één jaar, met een maximale totale duur van vier jaar), assisterend en bijzonder academisch personeel (voor een hernieuwbare mandaattermijn van twee jaar, maximaal eenmaal hernieuwbaar) en administratief en technisch personeel, zoals bepaald in het facultaire reglement. Voor de toepassing van dit artikel worden de leden van het onderwijzend personeel van groep 3 (docenten, hoofddocenten, hoogleraren) gelijkgesteld met de leden van het zelfstandig academisch personeel en de overige leden van het onderwijzend personeel als leden van het assisterend academisch personeel.

79.2. De decaan is voorzitter van de Faculteitsraad.

79.3. Bevoegdheden

Het Faculteitsbestuur legt het beleid ter goedkeuring voor aan de Faculteitsraad.

De Faculteitsraad verkiest de decaan.

79.4. Werking

De Faculteitsraad vergadert ten minste tweemaal per jaar. Hij kan door een minimum quorum worden samengeroepen (te bepalen in het facultair reglement), ter agendering van punten die tot de bevoegdheid van de faculteit behoren.

Artikel 80 De decaan

80.1. Bevoegdheden

De decaan:

  • is belast met de voorbereiding en de uitvoering van het overeenkomstig dit reglement bepaalde beleid van de faculteit en vertegenwoordigt haar naar buiten toe. De decaan is ambtshalve lid van het Groepsbestuur, het Bijzonder Groepsbestuur en van de Academische Raad, de Bijzondere Academische Raad en de Universiteitsraad;
  • roept de Faculteitsraad en het Faculteitsbestuur bijeen, stelt de agenda vast en zit de vergadering voor;
  • kan op eigen initiatief voor specifieke bevoegdheden maximum 3 vicedecanen voorstellen ter goedkeuring aan de Faculteitsraad.

80.2. Benoeming

De decaan wordt door de Faculteitsraad verkozen uit de tot de faculteit behorende gewoon hoogleraren en de buitengewoon hoogleraren die voor onbepaalde duur voor ten minste 80% zijn verbonden aan de KU Leuven. De verkiezing geschiedt volgens een kiesreglement dat door de Academische Raad wordt vastgesteld en aangevuld wordt door een facultair reglement.  Aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden dient te zijn voldaan op het ogenblik waarop het mandaat ingaat, met dien verstande dat daartoe eventueel  vereiste beslissingen van bestuursorganen definitief moeten zijn genomen op het ogenblik van de kandidaatstelling.

Afdeling 2. De departementen

Artikel 81 De departementen

In de groepen Biomedische Wetenschappen en Wetenschap & Technologie omvat de Groep naast de faculteiten ook departementen. Een departement bestrijkt een zo homogeen mogelijk onderzoeksdomein en bestaat uit een voldoende aantal leden om de opdracht van het departement efficiënt te kunnen uitvoeren.

Het Bijzonder Groepsbestuur wijst de leden van het zelfstandig academisch personeel toe aan een departement of entiteit met bijzondere opdracht.

Het Groepsbestuur kan departementen oprichten, afschaffen, splitsen of samenvoegen.

Het Departementsbestuur, de Departementsraad en de departementsvoorzitter zijn de bestuursorganen van het departement.

Artikel 82 Het Departementsbestuur en de Departementsraad

82.1. Het Departementsbestuur

Het Departementsbestuur oefent zijn bevoegdheden uit in delegatie van de Academische Raad, het Gemeenschappelijk Bureau en het Groepsbestuur.

Het Departementsbestuur is verantwoordelijk voor het onderzoeksbeleid.

Het is verantwoordelijk voor de verdeling van de middelen van de eerste geldstroom en de ruimte toegekend door het Groepsbestuur.

Het legt een beleidsplan voor aan het Groepsbestuur, en heeft hierover op regelmatige basis overleg met het Groepsbestuur.

Het stelt na overleg met de betrokken deca(a)n(en) profielvacatures op en legt die voor aan het Groepsbestuur.

Het garandeert dat er voldoende onderwijscompetentie en -capaciteit aanwezig is voor de verzorging van het onderwijsaanbod.

Het staat in voor het personeelsbeleid, voor materies met impact op de onderwijsorganisatie in overleg met de decaan.

Het verzorgt de wetenschappelijke dienstverlening.

Het kan voorstellen om op basis van intern overleg met middelen die de zelfstandig academisch personeelsleden of afdelingen van het departement extern verwerven, afdelingsoverschrijdende initiatieven financieren.

Het stuurt de agenda’s en verslagen van de vergaderingen van het Departementsbestuur naar de betrokken decanen die voor wat betreft onderwijsmateries kunnen vragen dat een beslissing herzien wordt, of dat een bepaald onderwerp geagendeerd wordt en er een oplossing voor uitgewerkt wordt.

Het Departementsbestuur wordt samengesteld overeenkomstig een reglement dat door het Groepsbestuur wordt goedgekeurd. Een vertegenwoordiger van de studenten (voor een hernieuwbare mandaattermijn van één jaar met een maximale totale duur van vier jaar), van het assisterend en bijzonder academisch personeel (voor een hernieuwbare mandaattermijn van twee jaar, maximaal eenmaal hernieuwbaar) en het administratief en technisch personeel zijn lid van het Departementsbestuur maar nemen niet deel aan de bespreking over personalia. De vertegenwoordiger van het assisterend en bijzonder academisch personeel kan in de groep Biomedische Wetenschappen een arts-specialist in opleiding zijn.

82.2. De Departementsraad

De Departementsraad wordt samengesteld overeenkomstig een reglement dat door het Groepsbestuur wordt goedgekeurd. Het Departementsbestuur legt het beleid voor aan de Departementsraad.

De Departementsraad verkiest de departementsvoorzitter.

Artikel 83 De departementsvoorzitter

De departementsvoorzitter

  • is verantwoordelijk voor de voorbereiding en de uitvoering van het overeenkomstig dit reglement bepaalde beleid van het departement;
  • wordt, indien hij/zij geen lid is van de Beoordelingscommissie, gehoord betreffende de aanstellingen en bevorderingen van personeelsleden van zijn/haar departement;
  • overlegt met de deca(a)n(en) wat betreft de onderwijsaspecten van de profielvacatures van het departement;
  • wordt geïnformeerd over de resultaten van de onderwijsevaluaties van de leden van het departement.

Top

Hoofdstuk XIII. Het Bestuurscomité UZ Leuven

Artikel 84 Algemeen

De Raad van Bestuur richt een Bestuurscomité UZ Leuven op. De Raad van Bestuur delegeert aan het Bestuurscomité UZ Leuven de organisatie, de werking en het beheer van de universitaire ziekenhuizen, zoals bepaald in de Wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinstellingen, gecoördineerd op 10 juli 2008.

Afdeling 1. Bevoegdheid

Artikel 85 Bevoegdheden

Het Bestuurscomité UZ Leuven is binnen zijn gedelegeerde bevoegdheden bevoegd voor:

  1. het opstellen van het strategisch plan van UZ Leuven in uitvoering van de opdrachtverklaring en de algemene strategische visie van de KU Leuven. Het strategisch plan wordt ter goedkeuring aan de Raad van Bestuur voorgelegd;

  2. de bepaling van het algemene beleid (waarvan het medische beleid deel uitmaakt) en de deelstrategie van de UZ Leuven na advies van het Directiecomité UZ Leuven. Het Bestuurscomité UZ Leuven bewaakt de afstemming met de Universiteit en met LRD. Het licht dit beleid en deze strategie toe aan de Raad van Bestuur, ten minste halfjaarlijks en eenmaal aan de hand van een jaarverslag, bij de voorstelling van de ontwerpbegroting en de ontwerpjaarrekening;

  3. het toezicht op de uitvoering van het beleid en de verwezenlijking van de strategische opties door het Directiecomité UZ Leuven;

  4. de voldoende naleving door het Directiecomité UZ Leuven van de academische opdrachten van UZ Leuven, de voldoende integratie van het ziekenhuis in de Groep Biomedische Wetenschappen en het organiseren van overleg tussen de Groep Biomedische Wetenschappen en het Directiecomité UZ Leuven;

  5. het benoemen en ontslaan van de leden van het Directiecomité UZ Leuven, met uitzondering van de gedelegeerd bestuurder UZ Leuven, en het bepalen van het salarisbeleid van de directie- en kaderleden op voordracht van het Remuneratie- en Benoemingscomité UZ Leuven;

  6. het periodiek evalueren, samen met de gedelegeerd bestuurder UZ Leuven, van de leden van het directiecomité UZ Leuven die geen deel uitmaken van het Bestuurscomité UZ Leuven;

  7. het opstellen van een ontwerpbegroting en ontwerpjaarrekening die jaarlijks ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Raad van Bestuur;

  8. het verlenen van advies aan de Raad van Bestuur bij de aanstelling van de bedrijfsrevisor die, overeenkomstig artikel 80 van de ziekenhuiswet. de jaarrekening van UZ Leuven controleert;

  9. bij delegatie van de Raad van Bestuur het beheer van het vermogen van de KU Leuven dat verkregen werd door de inkomsten uit ziekenhuisactiviteiten;

  10. het beslissen rond belangrijke infrastructuurwerken op voorstel van het Directiecomité UZ Leuven;

  11. het bepalen van het globale personeelsbeleid van UZ Leuven qua statuut, loon en arbeidsvoorwaarden;

  12. het aanstellen van de medische staf volgens de modaliteiten vastgelegd in het huishoudelijk reglement van UZ Leuven, na voorafgaand advies van de Medische Raad, de bevoegde selectiecommissie en de overlegcommissie tussen de Groep Biomedische Wetenschappen en UZ Leuven;

  13. het sluiten van overeenkomsten met derde partijen en het uitoefenen van rechtsvorderingen voor de aangelegenheden die aan het Bestuurscomité UZ worden gedelegeerd;

  14. het toezicht op de naleving van de specifieke wet- en regelgeving. Het Bestuurscomité vraagt het advies van de Medische Raad over de in de ziekenhuiswetgeving bepaalde aangelegenheden;

  15. het toezicht op de werking van de interne kwaliteits-, risicobeheersings- en controlesystemen;

  16. het organiseren van een evaluatiesysteem i.v.m. zijn eigen werking.
     

Afdeling 2. Samenstelling

Artikel 86 Samenstelling

86.1. Het Bestuurscomité UZ Leuven is samengesteld uit stemgerechtigde leden en leden met raadgevende stem.

86.2. Stemgerechtigde Leden

De stemgerechtigde leden van het Bestuurscomité UZ Leuven zijn:

  • de voorzitter van het Bestuurscomité UZ Leuven, door de Inrichtende Overheid benoemd op voordracht van de Raad van Bestuur die het advies heeft ingewonnen van het Bestuurscomité UZ Leuven en na de rector gehoord te hebben;
  • de rector, de vicerector Biomedische Wetenschappen, de algemeen beheerder, de gedelegeerd bestuurder UZ Leuven voor de duur van hun mandaat;
  • minstens twee externe leden van de Raad van Bestuur, benoemd door de Raad van Bestuur en met ervaring op economisch, financieel en/of managementvlak of op het vlak van gezondheidszorg;
  • minstens twee toegevoegde externe leden van het Bestuurscomité UZ Leuven benoemd door de Raad van Bestuur na advies van het Bestuurscomité UZ Leuven. Onder de externe leden wordt er één voorgedragen door het Vlaams Ziekenhuisnetwerk en één door het UC Kortenberg.

86.3. Leden met raadgevende stem

Ten hoogste vijf geneesheren-clinici, stafleden van UZ Leuven, die tot ten minste drie verschillende disciplines behoren en ten hoogste twee leden die tot verschillende personeelsgeledingen van de UZ Leuven behoren, wonen de vergaderingen van het Bestuurscomité UZ Leuven bij met raadgevende stem.

86.4. De algemeen secretaris van de UZ Leuven is secretaris van het Bestuurscomité UZ Leuven.

Afdeling 3. Werking

Artikel 87 Remuneratie- en Benoemingscomité UZ Leuven

Onverminderd de toepassing van artikel 24 richt het Bestuurscomité UZ Leuven in zijn schoot een Remuneratie- en Benoemingscomité voor UZ Leuven op. Het doet in dit verband een voorstel van samenstelling aan de Raad van Bestuur.

Artikel 88 Vergaderfrequentie en agendabepaling

Het Bestuurscomité vergadert ten minste zesmaal per jaar.

De rector en/of de voorzitter van de Raad van Bestuur kunnen aan de agenda van een volgende vergadering punten laten toevoegen of een buitengewone vergadering van het Bestuurscomité UZ Leuven laten samenroepen.

Artikel 89 Dringende rapportering

De voorzitter van het Bestuurscomité UZ Leuven en de gedelegeerd bestuurder UZ Leuven waken elk, in opdracht van de Raad van Bestuur, over het financiële beleid en het financiële evenwicht van de universitaire ziekenhuizen; over financiële problemen moeten zij onverwijld aan de Raad van Bestuur rapporteren.

Top

Hoofdstuk XIV. De gedelegeerd bestuurder UZ Leuven

Artikel 90 Bevoegdheid

De gedelegeerd bestuurder UZ Leuven is verantwoordelijk voor de algemene, logistieke, administratieve, financiële en medische organisatie van de UZ Leuven, onverminderd de bevoegdheden van de hoofdgeneesheer, de verpleegkundig directeur en de medische raad, zoals bepaald in de in art. 84 gedefinieerde Ziekenhuiswetgeving. De gedelegeerd bestuurder UZ Leuven is belast met de uitvoering van het beleid ter zake en beschikt binnen deze bevoegdheid voor de KU Leuven over de organieke vertegenwoordigingsmacht in en buiten rechte zoals bepaald in artikel 1.2.

Artikel 91 Benoeming

De Inrichtende Overheid benoemt in overleg met de rector de gedelegeerd bestuurder UZ Leuven op voordracht van de Raad van Bestuur, die hiertoe voorafgaandelijk het advies van het Bestuurscomité UZ Leuven heeft ingewonnen.

Artikel 92 Evaluatie

Tijdens het laatste jaar van elke mandaattermijn wordt de gedelegeerd bestuurder UZ Leuven, over al zijn gedelegeerde bevoegdheden met inbegrip van deze van algemeen directeur zoals beschreven in de ziekenhuiswetgeving, geëvalueerd door de Raad van Bestuur, die daarover het advies vraagt aan de rector en het Bestuurscomité UZ Leuven, conform de bepalingen van het charter bedoeld in artikel 30.6. Na de evaluatie kan de Raad van Bestuur aan de Inrichtende Overheid de benoeming voor een nieuwe termijn voorstellen.

Artikel 93 Duur van het mandaat

De gedelegeerd bestuurder UZ Leuven wordt benoemd voor hernieuwbare periodes van ten hoogste vier jaar. Indien het mandaat van de gedelegeerd bestuurder UZ Leuven afloopt in hetzelfde academiejaar als het mandaat van de rector kan de Inrichtende Overheid het mandaat van de gedelegeerd bestuurder met één jaar verlengen.

Indien de gedelegeerd bestuurder UZ Leuven wenst deel te nemen aan de rectorverkiezingen, moet hij/zij uit die functie ontslag nemen uiterlijk op 1 augustus van het jaar dat aan de rectorverkiezingen voorafgaat.

Indien het mandaat van een rector een einde neemt vóór de vastgelegde termijn, kan de Inrichtende Overheid een afwijking van dit voorschrift toestaan.

Top

Hoofdstuk XV. Het Directiecomité UZ Leuven

Artikel 94 Bevoegdheden

Het Directiecomité UZ Leuven is belast met de voorbereiding en de uitvoering van het beleid van de universitaire ziekenhuizen en is bevoegd voor:

  1. het uitwerken van een algemeen beleid en een globale strategie ten behoeve van het Bestuurscomité UZ Leuven;

  2. de implementering van de strategische opties genomen door het Bestuurscomité UZ Leuven;

  3. het opzetten van een aangepaste organisatiestructuur van de UZ Leuven, inclusief die van het medisch en verpleegkundig departement, die ter goedkeuring wordt voorgelegd aan het Bestuurscomité UZ Leuven;

  4. het faciliteren van een maximale functionele integratie van de UZ Leuven met de Groep Biomedische Wetenschappen, met bijzondere aandacht voor academische en onderwijsactiviteiten;

  5. het uitoefenen van de dagelijkse en operationele leiding van de UZ Leuven;

  6. het opzetten van betrouwbare systemen voor interne controle, risicobeheer en kwaliteitsopvolging;

  7. het opstellen van actieplannen die tegemoetkomen aan de door het Bestuurscomité bekrachtigde adviezen van het Auditcomité;

  8. het opstellen van een voorontwerp van begroting die ter goedkeuring als ontwerp wordt voorgelegd aan het Bestuurscomité UZ Leuven;

  9. het opstellen van een voorontwerp van jaarrekening die ter goedkeuring als ontwerp wordt voorgelegd aan het Bestuurscomité UZ Leuven;

  10. het verschaffen van de nodige informatie op financieel en bedrijfsmatig gebied en van alle andere relevante informatie die het Bestuurscomité UZ Leuven nodig heeft om zijn taken naar behoren te kunnen uitoefenen;

  11. het goedkeuren van strategieën en beleidsplannen van de klinische diensten en het toezicht houden op de opvolging van de uitvoering ervan;

  12. het voorleggen voor advies aan de Medische raad van de punten vermeld in de ziekenhuiswetgeving.
Artikel 95 Samenstelling

Het Directiecomité UZ Leuven is als volgt samengesteld:

  1. de gedelegeerd bestuurder van UZ Leuven, tevens voorzitter van het Directiecomité UZ Leuven;
  2. de vicerector van de Groep Biomedische Wetenschappen.


In de hoedanigheid van secretaris neemt de algemeen secretaris van de UZ Leuven deel aan de vergaderingen.

Het Bestuurscomité UZ Leuven bepaalt de samenstelling van het Directiecomité en de aanstellingsmodaliteiten en -termijnen van de leden ervan en maakt hiervan melding aan de Raad van Bestuur.

Top

Hoofdstuk XVI. Het Bestuurscomité LRD

Artikel 96 Bevoegdheden

Het Bestuurscomité LRD is binnen het kader van zijn gedelegeerde bevoegdheden bevoegd voor:

  1. de opstelling in uitvoering van de opdrachtverklaring en algemene strategische visie van de KU Leuven van een strategisch plan van LRD, dat ter goedkeuring aan de Raad van Bestuur wordt voorgelegd;

  2. de bepaling van het algemeen beleid en de deelstrategie van LRD na advies van het Directiecomité LRD. Het Bestuurscomité LRD zorgt voor de afstemming met de Universiteit en met de UZ Leuven.
    Het Bestuurscomité licht dit beleid en deze strategie toe aan de Raad van Bestuur, ten minste halfjaarlijks en eenmaal aan de hand van een jaarverslag.

  3. het toezicht op de uitvoering van het beleid en de verwezenlijking van de strategische opties door het Directiecomité LRD;

  4. het benoemen en ontslaan, in samenspraak met de gedelegeerd bestuurder LRD, van de leden van het Directiecomité LRD, volgens door het Directiecomité vastgelegde aanstellingsmodaliteiten en -termijnen, met uitzondering van de gedelegeerd bestuurder LRD;

  5. het jaarlijks evalueren, samen met de gedelegeerd bestuurder LRD, van de overige leden van het Directiecomité LRD;

  6. het opstellen van een ontwerpdeelbegroting en een ontwerpjaarrekening die ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Raad van Bestuur;

  7. bij delegatie van de Raad van Bestuur het beheer van dat deelvermogen van de KU Leuven waartoe het gedelegeerd wordt;

  8. het bepalen van het globale personeelsbeleid van LRD qua statuut, loon en arbeidsvoorwaarden;

  9. het sluiten van overeenkomsten met derde partijen en het uitoefenen van rechtsvorderingen voor LRD;

  10. het organiseren van een evaluatiesysteem i.v.m. zijn eigen werking.
Artikel 97 Samenstelling

Het Bestuurscomité LRD bestaat uit de volgende geledingen:

97.1. de rector, de vicerectoren Humane Wetenschappen, Wetenschap & Technologie en Biomedische Wetenschappen, de vicerector onderzoeksbeleid, de algemeen beheerder en de gedelegeerd bestuurder LRD voor de duur van hun mandaat;

97.2. de voorzitter van het Bestuurscomité LRD, door de Inrichtende Overheid benoemd, op voordracht van de Raad van Bestuur die het advies heeft ingewonnen van het Bestuurscomité LRD en na de rector gehoord te hebben;

97.3. ten minste één extern lid van de Raad van Bestuur, benoemd door de Raad van Bestuur en met ervaring op economisch, financieel en/of managementvlak of op het vlak van industrieel beleid; de Raad van Bestuur vraagt over deze aanstellingen advies aan het Bestuurscomité LRD, behalve als het te benoemen lid de voorzitter van het Bestuurscomité is;

97.4. twee leden benoemd door de Raad van Bestuur, van wie één lid wordt voorgesteld door het Bestuurscomité UZ Leuven en één door de Raad van Bestuur van de Associatie KU Leuven vzw;

97.5. ten hoogste drie toegevoegde externe leden van het Bestuurscomité LRD Leuven die geen lid zijn van de Raad van Bestuur en met deskundigheid in de industriële wereld, benoemd door de Raad van Bestuur na advies van het Bestuurscomité LRD;

97.6. de algemeen directeur LRD, die de vergaderingen met raadgevende stem bijwoont;

97.7. ten hoogste drie leden van het zelfstandig academisch personeel die de divisies vertegenwoordigen met raadgevende stem.

Artikel 98 Agendabepaling en Bijeenroeping van de vergadering

De rector en/of de voorzitter van de Raad van Bestuur kunnen aan de agenda van een volgende vergadering van het Bestuurscomité LRD punten laten toevoegen of een bijzondere vergadering van het Bestuurscomité LRD laten samenroepen.

Top

Hoofdstuk XVII. De gedelegeerd bestuurder LRD

Artikel 99 Bevoegdheid

De gedelegeerd bestuurder is verantwoordelijk voor de voorbereiding en de uitvoering van het overeenkomstig dit reglement bepaalde beleid van LRD en beschikt voor de KU Leuven met betrekking tot LRD over de organieke vertegenwoordigingsmacht in en buiten rechte, zoals bepaald in artikel 1.2.

Artikel 100 Benoeming

De Inrichtende Overheid benoemt de gedelegeerd bestuurder LRD, op voordracht van de Raad van Bestuur, in overleg met de rector en na advies van het Bestuurscomité LRD.

Artikel 101 Evaluatie

Tijdens het laatste jaar van elke mandaattermijn wordt de gedelegeerd bestuurder LRD geëvalueerd door de Raad van Bestuur, die daarover advies vraagt aan de rector en het Bestuurscomité LRD, conform de bepalingen van het charter bedoeld in artikel 31.7. Na de evaluatie kan de Raad van Bestuur aan de Inrichtende Overheid de benoeming voor een nieuwe termijn voorstellen.

Artikel 102 Duur van het mandaat

De gedelegeerd bestuurder LRD wordt benoemd voor hernieuwbare periodes van ten hoogste vier jaar.

Indien de gedelegeerd bestuurder LRD aan de rectorverkiezingen wenst deel te nemen, moet hij/zij uit die functie ontslag nemen uiterlijk op 1 augustus van het jaar dat aan de rectorverkiezingen voorafgaat. Indien het mandaat van een rector een einde neemt vóór de vastgelegde termijn, kan de Inrichtende Overheid een afwijking van dit voorschrift toestaan.

Top

Hoofdstuk XVIII. Het Directiecomité LRD

Artikel 103 Bevoegdheid

Het Directiecomité LRD is belast met de voorbereiding en de uitvoering van het beleid betreffende valorisatieopdrachten.

Artikel 104 Samenstelling

Qualitate qua maken volgende personen deel uit van het Directiecomité LRD:

  1. de gedelegeerd bestuurder LRD;
  2. de algemeen directeur LRD.


Het Bestuurscomité LRD bepaalt de verdere samenstelling van het Directiecomité en maakt hiervan melding aan de Raad van Bestuur.

Top

Hoofdstuk XIX. Slotbepalingen

Artikel 105 Ontbinding van de KU Leuven

Alleen de Inrichtende Overheid is bevoegd om tot de ontbinding van de KU Leuven te besluiten. In dat geval belast zij een college van vereffenaars met de vereffening.

De vereffenaars betalen vooraf de schulden en kwijten de lasten op het bestaande actief. Zij verzekeren onder meer de voortzetting van de betaling der pensioenen aan de vroegere leden van het personeel, aan hun weduwen of weduwnaars en aan hun minderjarige kinderen, evenals de betaling aan de leden van het personeel van de vergoedingen die hun tengevolge van het verlies van hun betrekking toekomen.

Zij zorgen ervoor de bedingen van teruggave uit te voeren die in de akten van schenking zouden voorkomen.

Zij zorgen ervoor dat de activa die op grond van de bij vereffening geldende wetgeving een specifieke bestemming moeten krijgen, die bestemming ook krijgen.

Ten slotte zal de Inrichtende Overheid het overblijvende actief besteden aan die onderwijs- of onderzoeksdoeleinden die zij zelf selecteert, eventueel na daarover advies te hebben ingewonnen van een door haar aangestelde commissie.

Artikel 106 Overgangsmaatregelen

106.1. In verband met mandaten

Mandaten die opgenomen zijn vanaf 1 augustus 2010 worden verworven en eindigen volgens de bepalingen opgenomen in dit organiek reglement.

Voor de lopende mandaten heeft de Inrichtende Overheid in haar vergadering van 8 juli 2010 de nodige overgangsmaatregelen bepaald.

De mandaten in de Inrichtende Overheid die in dit organiek reglement verdwijnen omdat de hoedanigheid in het nieuwe orgaan niet meer wordt opgenomen, eindigen samen met de mandaattermijn van de in functie zijnde rector.

De huidige vicerector verantwoordelijk voor Kulak kan de titel van campusrector blijven voeren tot aan de integratie van de academiserende hogeschoolopleidingen in de KU Leuven.

106.2. In verband met de KU Leuven opleidingen op de campussen van de partnerhogescholen wordt bepaald dat ook indien de bedoelde campussen toegevoegd worden aan het patrimonium van de KU Leuven de bepalingen in verband met de bestuursorganen en –functies en hun bevoegdheden behouden blijven. De genoemde opleidingen zijn die opleidingen die bij de aanvang van het academiejaar 2013-2014 integreren in de universiteit.  

106.3. In verband met het aantal Faculteiten

De Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen en de Faculteit Architectuur worden formeel opgericht op de datum dat het academiejaar 2013-2014 aanvangt.

106.4. In verband met het mandaat van academisch beheerder

De Raad van Bestuur kan beslissen over overgangsmaatregelen voor de eerste benoeming van academisch beheerders.

Voor drie academische beheerders die op 26 juni 2012 door de Raad van Bestuur werden benoemd worden de volgende overgangsmaatregelen genomen: 

In afwijking van artikel 76septies is voor deze eerste benoeming als academisch beheerder lidmaatschap van het zelfstandig academisch personeel van de KU Leuven geen vereiste.

In afwijking van artikel 5.2. gaat  hun mandaat onmiddellijk in op het ogenblik van hun benoeming door de Raad van Bestuur op 26 juni 2012.

In afwijking van artikel 5.1. en 53.1. loopt het eerste mandaat tot 31 juli 2017 en resulteert de beëindiging van het mandaat van de rector voor het verstrijken van die termijn niet in een beëindiging van dit eerste mandaat.

Doordat het mandaat van academisch beheerder twee maal onmiddellijk hernieuwbaar is, kunnen zij in afwijking van artikel 53.2 in hun hoedanigheid van academisch beheerder maximaal dertien jaar opeenvolgend lid zijn van Gemeenschappelijk bureau.

106.5. In verband met het onderwijzend personeel

De leden van het onderwijzend personeel zoals bedoeld in artikel 79.1.  worden lid van de faculteitsraad en van de universitaire gemeenschap op de datum dat het academiejaar 2013-2014 aanvangt.

Artikel 107 Inwerkingtreding

Het organiek reglement wordt van kracht op 10 juli 2012.

Top