U bent hier: Home / Groepsreglement Humane Wetenschappen

Groepsreglement Humane Wetenschappen

Doelgroep: studenten, externen, personeelsleden KU Leuven

Overgenomen uittreksels van het organiek reglement gecursiveerd.

Goedgekeurd door de Academische Raad d.d. 15.12.2015.

Voorafgaande bepaling

Art. 1. Voor de toepassing van de bepalingen van dit reglement worden pronominale en derivationele verwijzingen naar personen geacht genderneutraal te zijn.

Hoofdstuk I. De beleidsorganen van de groep

Afdeling I. De vicerector

Art. 2. De vicerector Humane Wetenschappen, hierna "de vicerector" te noemen, staat in voor de goede werking van de Groep Humane Wetenschappen, hierna "de groep" te noemen, in al zijn onderdelen en op alle campussen.

Hij draagt de eindverantwoordelijkheid en vertegenwoordigt de groep naar buiten. Hij communiceert op geregelde tijdstippen aan de academische gemeenschap van de groep.

Afdeling II. Het groepsbestuur

Onderafdeling 1. Samenstelling

Art. 3. Het Groepsbestuur bestaat uit de volgende stemgerechtigde leden:

1° de vicerector;

2° de decanen van de faculteiten van de groep;

3° de coördinator onderzoek van de groep, hierna "de onderzoekscoördinator" te noemen;

4° de groepsbeheerder Humane Wetenschappen, hierna "de groepsbeheerder" te noemen;

5° een student en een vertegenwoordiger AAP-BAP-OP1-OP2, die voor de groep lid zijn van de Academische Raad;

Worden uitgenodigd op en nemen deel aan de vergaderingen, met raadgevende stem:

1° de voorzitter van de Bijzondere Faculteit Kerkelijk Recht. De Bijzondere Faculteit Kerkelijk Recht wordt in het Groepsbestuur Humane Wetenschappen vertegenwoordigd door de decaan van de Faculteit Rechtsgeleerdheid. De vertegenwoordiger pleegt voor elke zitting van het Groepsbestuur Humane Wetenschappen overleg met de voorzitter van de Bijzondere Faculteit Kerkelijk Recht. De voorzitter of diens gedelegeerde ontvangt tijdig de verslagen, agenda en documenten van het Groepsbestuur. In het Groepsbestuur wordt de voorzitter gehoord voor de agendapunten die betrekking hebben op de Bijzondere Faculteit Kerkelijk Recht;

2° de decaan van de Bijzondere Faculteit Kunsten, voor de agendapunten die in bijzonder betrekking hebben op de Bijzondere Faculteit Kunsten;

3° een administratief directeur van een van de faculteiten van de groep, die voor een niet onmiddellijk hernieuwbare termijn van twee jaar door en uit de administratief directeurs van de groep verkozen worden;

4° een vertegenwoordiger van het ATP personeel.

Voor de vertegenwoordiging van het administratief en technisch personeel zijn verkiesbaar: de ATP-personeelsleden in de faculteitsraden en -besturen. Het Groepsbestuur stelt voor de verkiezing van de ATP-vertegenwoordiger in het Groepsbestuur een kiesreglement op.

De vertegenwoordigers bedoeld in het eerste lid, 5° en het tweede lid, 3° en 4° nemen niet deel aan beraadslagingen en beslissingen met betrekking tot personalia.

Wanneer daartoe aanleiding bestaat, kan het bestuur andere vertegenwoordigers of deskundigen horen.

Onderafdeling 2. Bevoegdheden

Art. 4. Het Groepsbestuur ontwikkelt het beleid van de groep binnen de door de Raad van Bestuur, de Academische Raad en het Gemeenschappelijk Bureau gedelegeerde bevoegdheden.

Het stelt daartoe een meerjarengroepsbeleidsplan op dat aan het Gemeenschappelijk Bureau en de Academische Raad wordt voorgelegd. Het is verantwoordelijk voor het dagelijkse bestuur van de groep en voor de voorbereiding, de coördinatie en de uitvoering van het beleid.

Het legt samen met de faculteiten de streefdoelen vast betreffende de uitvoering van onderwijsopdrachten, onderzoeksprestaties en wetenschappelijke dienstverlening en evalueert de uitvoering ervan.

Het verdeelt de aan de groep uit de eerste geldstroom toegewezen werkingsmiddelen voor onderwijs en onderzoek en voor de groepsdiensten over de onderliggende eenheden.

Het wijst de aan de groep toegekende ruimte toe aan de faculteiten.

Het legt de prioriteiten vast op het vlak van investeringen binnen de groep.

Het is verantwoordelijk voor de wijzigingen aan het organigram binnen de groep. Het kan ad hoc-overlegorganen oprichten met een specifieke opdracht.

Het beslecht geschillen binnen de groep. Bij blijvende geschillen beslist het Gemeenschappelijk Bureau.

Het Groepsbestuur stelt een groepsreglement op dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de Academische Raad.

Art. 5. Het Groepsbestuur is verantwoordelijk voor de faculteitsoverschrijdende activiteiten binnen de groep.

Het houdt toezicht op de Initiatieven en Groepsdiensten.

Art. 6. §1. Het Groepsbestuur oefent met betrekking tot het academisch personeel en het OP-personeel de bevoegdheden uit zoals bepaald door het Reglement van het Academisch Personeel en het Reglement Onderwijzend Personeel.

Het keurt profielvacatures voor zelfstandig academisch personeel goed zoals bepaald in het Reglement Academisch Personeel en kan profielvacatures uitschrijven voor faculteitsoverschrijdende materies.

Het keurt Tenure Track-overeenkomsten en ZAP-Track-overeenkomsten goed.

Het beslist over de vacatures van het administratief en technisch personeel van niveau A, B, C en D in de groep.

Het beslist over de aanstelling van de leden van het assisterend en bijzonder academisch personeel, en van het administratief en technisch personeel van niveau B, C, en D in de groep.

§2. In afwijking van de eerste paragraaf, en onverminderd de mogelijkheid van evocatie, annulatie of reformatie door het Groepsbestuur van de met toepassing van wat volgt genomen beslissingen, worden gedelegeerd aan de decaan van de faculteit, de volgende aangelegenheden:

  • In hoofdstuk 1 (algemene bepalingen) van het reglement AP:
    • artikel 11, lid 3 enkel met betrekking tot AAP en BAP en artikel 16
  • In hoofdstuk III (AAP) van het reglement AP:
    • de artikelen 117, 120, 124, en 136 tot en met 138

  • In hoofdstuk IV (BAP) van het reglement AP:
    • artikel 154
    • afdeling 6: intern reglement voor de toekenning van doctoraatsbeurzen aan de KU Leuven, met uitzondering van artikelen 11, 12, 14 en artikel 18

    • afdeling 7: KU Leuven reglement inzake postdoctorale bursalen in internationale mobiliteit met uitzondering van artikel III.1.1. §2 en 3, artikel III.2.5 en artikel III.2.6
    • de artikelen 163 met uitzondering van het 4e lid, 164
  • In hoofdstuk 1 (algemene bepalingen) van het reglement OP:
    • artikel 22

Indien daartoe aanleiding bestaat, stelt het Groepsbestuur hiervoor beleidsnormen op. Afwijkingen van een beleidsnorm worden door de decaan of de personeelsdienst voorgelegd aan het Groepsbestuur. De personeelsdienst brengt over de gedelegeerde aangelegenheden statistisch en zo nodig kwalitatief verslag uit aan het Groepsbestuur overeenkomstig de regels die door het Groepsbestuur in overleg met de personeelsdienst bepaald worden.

Art. 7. Het Groepsbestuur keurt de oprichting goed van entiteiten met bijzondere opdrachten en onderverdelingen daarbinnen.

Het keurt de facultaire reglementen goed.

Het Groepsbestuur keurt de bijzondere facultaire bepalingen van het reglement met betrekking tot het behalen van de academische graad van doctor aan de KU Leuven goed.

Het evalueert periodiek de beleidsplannen van faculteiten.

Art. 8. Het Groepsbestuur  keurt de beslissingen goed van de faculteitsraden of andere organen zoals bepaald in het groepsreglement die betrekking hebben op de onderwijsprogramma's en op de organisatie en de evaluatie van het onderwijs.

Het Groepsbestuur keurt de toewijzing van de onderwijsopdrachten op voorstel van de decanen van de groep goed.

Het beslist over interfacultaire onderwijsvoorstellen die onder supervisie van en in onderling overleg tussen de decanen zijn uitgewerkt.

Het kan faculteitsoverschrijdende onderwijsprogramma's inrichten.

Het kan een permanente onderwijscommissie of meerdere permanente onderwijscommissies op groepsniveau organiseren voor faculteitsoverschrijdende opleidingen.

Art. 9. In overleg met de vicerector bevoegd voor Campus Kulak Kortrijk staat het Groepsbestuur mede in voor en coördineert de onderwijsverstrekking aan de Campus Kulak Kortrijk.

Het bepaalt in welke organen van de groep of van zijn onderdelen leden van  Campus Kulak Kortrijk aanwezig kunnen zijn. De vicerector bevoegd voor Campus Kulak Kortrijk of de campusdecanen van Campus Kulak Kortrijk kunnen het Groepsbestuur vragen punten die betrekking hebben op Campus Kulak Kortrijk te behandelen en erover gehoord te worden.

Onderafdeling 3. Werking

Art. 10. Het Groepsbestuur beslist collegiaal en bij consensusAls er geen consensus wordt bereikt, legt de vicerector het voorstel van beslissing voor aan het Gemeenschappelijk Bureau, dat beslist.

Art. 11. Het Groepsbestuur vergadert telkens wanneer daartoe aanleiding bestaat en in beginsel tweemaal per maand.

Het wordt bijeengeroepen en voorgezeten door de vicerector, of, in geval van diens tijdelijke verhindering, door het oudste lid dat tot het zelfstandig academisch personeel behoort.

De vicerector wijst een notulist aan die de verslagen opstelt. Van elke vergadering wordt een ontwerpverslag gemaakt. Het verslag wordt tijdens de eerstvolgende vergadering goedgekeurd en daarna ter kennisgeving bezorgd aan de leden van het Gemeenschappelijk Bureau en de Academische Raad.

Art. 12. Het Groepsbestuur kan de voorbereiding en de opvolging van beslissingen over bijzondere aangelegenheden opdragen aan een of meer van zijn leden.

De portefeuilles ICT, bibliotheek, internationalisering, gender en diversiteit, onderwijs, Campus Kulak Kortrijk en lerarenopleiding worden in onderling overleg vastgelegd, toegewezen en/of opgeheven, met notulering in het verslag. Andere beleidsdomeinen kunnen in onderling overleg vastgelegd, toegewezen en/of opgeheven worden, met notulering in het verslag.

Afdeling III. Het Bijzonder groepsbestuur

Onderafdeling 1. Samenstelling

Art. 13. Het Bijzonder Groepsbestuur is samengesteld uit de leden van het Groepsbestuur die behoren tot het zelfstandig academisch personeel.

De vicerectoren verantwoordelijk voor het onderwijs- en onderzoeksbeleid zijn lid van het Bijzonder Groepsbestuur. Voor aangelegenheden die betrekking hebben op Campus Kulak Kortrijk is de vicerector Campus Kulak Kortrijk eveneens lid.

De groepsbeheerder en het hoofd personeelsbeleid ZAP wonen de vergaderingen bij als waarnemer.

De academisch beheerders wonen de vergaderingen bij als raadgever voor de agendapunten die in het bijzonder betrekking hebben op de betrokken campussen.

Onderafdeling 2. Opdracht

Art. 14. Het Bijzonder Groepsbestuur beoordeelt de voorstellen voor ZAP-vacatures en maakt ze met zijn advies over aan de Bijzondere Academische Raad.

Het doet voorstellen over de toegevoegde leden en de waarnemers in de beoordelingscommissies aan de Bijzondere Academische Raad. 

Het  bespreekt de adviezen van beoordelingscommissies en doet voorstellen van aanstelling, benoeming, bevordering en ontslag van zelfstandig academisch personeel aan de Bijzondere Academische Raad.

Het doet aan de Bijzondere Academische Raad voorstellen betreffende de jaarlijkse selectie van professoren in de context van het Bijzonder onderzoeksfonds en andere specifieke financieringsmechanismen.

Het Bijzonder Groepsbestuur oefent met betrekking tot het OP-personeel de bevoegdheden uit zoals bepaald door het Reglement Onderwijzend Personeel.

Het doet voorstellen over de verlengingen van tijdelijke mandaten, definitieve en tussentijdse beoordelingen van Tenure Track-mandaten, bevordering van OP3 en opname in het ZAP aan de Bijzondere Academische Raad.

Onderafdeling 3. Werking

Art. 15. De vicerector zit de vergaderingen van het Bijzonder Groepsbestuur voor.

Afdeling IV. De onderzoekscoördinator

Art. 16. De onderzoekscoördinator wordt door het Groepsbestuur voor een niet meer dan eenmaal onmiddellijk hernieuwbare periode van vier jaar aangesteld uit de gewoon hoogleraren van de groep.

Hij is directeur van de doctoraatsschool van de groep. Hij neemt deel aan ad hoc vergaderingen waarvoor de vicerector delegatie verleent.

Afdeling V. De groepsbeheerder

Art. 17. De groepsbeheerder wordt door het Gemeenschappelijk Bureau op voordracht van het Groepsbestuur aangesteld, met toepassing van de geldende Collectieve Arbeidsovereenkomst.

Zijn administratief en functioneel diensthoofd is de vicerector.

Art. 18. Onder de verantwoordelijkheid van de vicerector staat de groepsbeheerder in voor de voorbereiding, de uitvoering en de opvolging van de beheersactiviteiten van de groep, in het bijzonder op het vlak van financiën, ATP-personeelsbeleid, investeringen, ruimtelijke planning, ICT en bibliotheek, en voor de organisatie en de aansturing van de groepsdiensten. Hij neemt deel aan ad hoc vergaderingen over beheersactiviteiten van de groep waarvoor de vicerector delegatie verleent.

De groepsbeheerder is lid van het coördinatiecomité van het Algemeen Beheer, van het coördinatiecomité van het Gemeenschappelijk Bureau en van de stuurgroep ICT van de universiteit. Hij is de verbindingspersoon tussen het Groepsbestuur en het Algemeen Beheer.

Hoofdstuk II. De adviesorganen van de groep

Afdeling I. Algemene bepalingen

Art. 19. Het Groepsbestuur wordt geadviseerd door:

1° de Adviesraad Onderzoek Humane Wetenschappen, hierna "adviesraad onderzoek" te noemen;

2° de ICT-Raad Humane Wetenschappen, hierna "ICT-Raad HW" te noemen;

3° de Campusbibliotheekraad Humane Wetenschappen, hierna "campusbibliotheekraad" te noemen;

4° het Administratief Overleg Humane Wetenschappen, hierna "administratief overleg" te noemen.

Met het oog op de goede werking van de groep kan het Groepsbestuur te allen tijde bijkomende permanente of tijdelijke commissies of adviesinstanties oprichten of afschaffen. Hun oprichting, samenstelling, bevoegdheid en afschaffing (of wijzigingen hierin) worden beschreven in de notulen van het Groepsbestuur.

Art. 20. Alle adviesinstanties vergaderen telkens wanneer daartoe aanleiding bestaat en in beginsel maandelijks. Zij worden door hun voorzitter bijeengeroepen. De uitnodiging vermeldt de agenda. Van de vergaderingen worden notulen opgesteld, die aan het Groepsbestuur worden overgemaakt, en daar ter informatie worden geagendeerd.

Wanneer daartoe aanleiding bestaat, kunnen deze instanties andere vertegenwoordigers of deskundigen horen.

Afdeling II. De Adviesraad Onderzoek

Onderafdeling 1. Samenstelling

Art. 21. De adviesraad onderzoek bestaat uit de volgende stemgerechtigde leden:

1° de onderzoekscoördinator, die de adviesraad voorzit;

2° de vicedecanen onderzoek van de faculteiten van de groep;

3° een afgevaardigde van het assisterend en bijzonder assisterend personeel van de groep.

De vertegenwoordiger bedoeld in het eerste lid, 3°, neemt niet deel aan beraadslagingen en beslissingen met betrekking tot personalia.

Worden uitgenodigd op en nemen deel aan de vergaderingen, met raadgevende stem:

1° de medewerker van de Dienst onderzoekscoördinatie die instaat voor de ondersteuning van de groep;

2° de medewerker van de Dienst onderzoekscoördinatie die instaat voor de opvolging van de doctoraatsopleidingen;

3° de medewerker van de doctoraatsschool Humane Wetenschappen;

4° de beleidsmedewerker Onderzoekscoördinatie Humane Wetenschappen.

Onderafdeling 2. Opdracht

Art. 22. De Adviesraad onderzoek, onverminderd de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de faculteiten en hun organen,

1° adviseert het Groepsbestuur over onderzoeksaangelegenheden;

2° doet het Groepsbestuur voorstellen tot optimalisering van het onderzoeksbeleid;

3° adviseert het Groepsbestuur over internationaliseringsinitiatieven inzake onderzoek;

4° coördineert de faculteitsoverschrijdende aspecten van de doctoraatsopleiding;

5° fungeert als beleidsgroep voor de Leuven International Doctoral School for the Humanities and Social Sciences; hij vervult alle taken die reglementair aan de doctoral schools toekomen en legt verantwoording af aan het groepsbestuur;

6° coördineert en stimuleert interfacultaire initiatieven voor doctorandi en treedt op als (mede)organisator van extracurriculaire initiatieven in het kader van de doctoraatsopleidingen van de groep;

7° stimuleert en coördineert interfacultaire initiatieven ter bevordering van de internationalisering van de doctoraatsopleiding;

8° stimuleert goede praktijken voor de diverse doctoraatsopleidingen binnen de groep;

9° adviseert het Groepsbestuur over de toewijzing van de werkingsmiddelen die uit DBOF-middelen aan de doctoral school worden toegekend.

Afdeling III. De ICT-Raad

Onderafdeling 1. Samenstelling

Art. 23. De ICT-Raad Humane Wetenschappen (ICT-Raad HW) bestaat uit de volgende stemgerechtigde leden:

1° de decaan-academisch portefeuillehouder-ICT van het Groepsbestuur, die de raad voorzit;

2° de domeinbeheerder, die de notulen van de vergaderingen opstelt;

3° de groepsbeheerder;

4° de diensthoofden IT van de faculteiten;

5° een vertegenwoordiger van het ZAP van de faculteiten;

6° twee vertegenwoordigers van het Administratief Overleg;

7°de stafmedewerker campusbibliotheek voor de agendapunten die in het bijzonder betrekking hebben op het bibliotheekwezen;

8° de medewerker van de doctoraatsschool HW;

9° een vertegenwoordiger van de directie ICTS;

10° een vertegenwoordiger van AAP-BAP-OP1-OP2.

Onderafdeling 2. Opdracht

Art. 24. De ICT-Raad adviseert het Groepsbestuur over het ICT-beleid van de groep en behartigt de belangen van de groep in de ICT-beleids- en adviesorganen van de universiteit. Hij kan studie- en uitvoeringstaken opdragen aan informatici van de groep. 

Het Groepsbestuur en de facultaire informatici staan in voor de doorstroming van informatie van de ICT-Raad naar de faculteiten, en omgekeerd.

Onderafdeling 3. ICT-kernoverleg

Art. 25. Het ICT-kernoverleg bestaat uit de decaan-academisch portefeuillehouder-ICT van het Groepsbestuur, de domeinbeheerder, de groepsbeheerder en een lid aangeduid door het Groepsbestuur.

Het ICT-kernoverleg vindt een week voorafgaand aan elke ICT-Raad HW plaats, en bereidt de agenda voor.

Het ICT-kernoverleg bewaakt de langetermijnstrategie - inclusief het personeelsbeleid - van de Groep op het vlak van ICT; het inventariseert de ICT-noden en stimuleert, waar nodig of wenselijk, de interfacultaire samenwerking.

Afdeling IV. De Campusbibliotheekraad

Onderafdeling 1. Samenstelling

Art. 26. De Campusbibliotheekraad Humane Wetenschappen bestaat uit de volgende stemgerechtigde leden:

1° de decaan-academisch portefeuillehouder voor bibliotheken van het Groepsbestuur, die de raad voorzit;

2° de groepsbeheerder;

3° de stafmedewerker campusbibliotheek, die de notulen van de vergaderingen opstelt;

4° de bibliothecarissen van de facultaire bibliotheken, van Artes en van het Kadoc, alsook de coördinator van het leercentrum AGORA;

5° de domeinbeheerder voor de agendapunten die in het bijzonder de informatie- en communicatietechnologie aanbelangen;

6° de directeur van de Universiteitsbibliotheek;

7° een vertegenwoordiger van de studenten.

Onderafdeling 2. Opdracht

Art. 27. De campusbibliotheekraad adviseert het Groepsbestuur over het bibliotheekbeleid van de groep en behartigt diens belangen in het bibliotheekbeleid van de universiteit.

Het Groepsbestuur en de bibliothecarissen van de faculteitsbibliotheken staan in voor de doorstroming van informatie van de Campusbibliotheekraad naar de faculteiten, en omgekeerd.

Art. 28. De Campusbibliotheekraad duidt twee van haar leden aan om de Raad te vertegenwoordigen in het Managementteam UB.

Afdeling V. Het administratief Overleg

Onderafdeling 1. Samenstelling

Art. 29. Het administratief overleg bestaat uit:

1° de groepsbeheerder;

2° de administratief directeurs van de faculteiten van de groep of hun door de betrokken decaan aangewezen vervanger, de administratief directeur van HIVA en de  verantwoordelijke van de Algemene Diensten van KADOC en het ILT, die bij toerbeurt de notulen van de vergaderingen opstellen.

Het administratief overleg wordt voorgezeten door de groepsbeheerder.

Onderafdeling 2. Opdracht

Art. 30. Het administratief overleg:

1° adviseert het Groepsbestuur over administratieve aangelegenheden;

2° verzekert de doorstroming van informatie van het centrale niveau en het Groepsbestuur naar de faculteiten, en omgekeerd;

3° verzekert de vertegenwoordiging van de faculteiten in diverse raden en organen en verzorgt de doorstroming van informatie van deze organen door rapportering op het administratief overleg.

Overgangsbepaling

Art. 31. Dit reglement is van toepassing na goedkeuring door de Academische Raad.